Vroegtijdige stopzetting van ontwikkelingsgerichte erfgoedprojecten?

Onlangs raakte bekend dat Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz de cultureel-erfgoedorganisaties de mogelijkheid wil geven om pilootprojecten op te starten voor waardering van cultureel erfgoed. Helaas ten koste van de ontwikkelingsgericht projecten, die nog tot maart 2017 aangevraagd zouden kunnen worden (art. 100, voorontwerp).

OCE vindt het abrupt afsluiten van de lijn van ontwikkelingsgerichte cultureel-erfgoedprojecten een ongelukkige beleidsbeslissing.
De naam van deze subsidielijn spreekt voor zich, heel wat initiatieven worden al lange tijd in het veld voorbereid met tal van partners, en de projectlijn heeft de laatste jaren ook heel wat interessante resultaten opgeleverd. Het bericht dat enkel lopende projecten in meerdere fasen nog voor 2017 mogelijks kunnen indienen en gehonoreerd worden, is bijzonder pijnlijk en in dit verband ook ontzettend slecht van timing.
Deze boodschap komt twee maanden voor de indiendatum. De kandidaat-aanvragers zijn vaak organisaties die óf geen structurele middelen voor erfgoedwerking hebben maar wel met collectie óf erfgoedzorg en -beheer niet als kerntaak hebben en bijgevolg ondersteuning van de erfgoedsector nodig hebben. De voorbereiding van dergelijk aanvragen – al is het maar voor één jaar – zijn meestal zeer intensief.

OCE vraagt de minister dan ook met aandrang om een overgangsperiode in te lassen zodat de gedane inspanningen niet in de prullenmand belanden. Waarom zou de minister het eigen voorontwerp niet volgen? Artikel 100 geeft het duidelijk aan: ‘Aanvragen voor projectsubsidies die voor 2 maart 2017 worden ingediend, worden nog behandeld conform de procedure van het Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012. Daarna vallen deze aanvragen onder het toepassingsgebied van dit decreet.’

Afslanking van de provincies goedgekeurd. Hoe gaat het verder voor de cultureel-erfgoedorganisaties?

Op 26 juli 2016 keurde de Vlaamse Regering de afslanking van de provincies definitief goed. Op het spel stonden de persoonsgebonden bevoegdheden en de bijhorende middelen van de provincies naar de lokale besturen en/of de Vlaamse overheid.

Verschillende provinciale taken die in de decreten van de Vlaamse overheid zijn verankerd, worden met de nodige financiële middelen en personeelsleden overgeheveld naar de Vlaamse overheid. Wat het cultureel-erfgoedbeleid betreft, werkten de provincies een complementair regionaal cultureel-ergoedbeleid uit via de indeling en de structurele ondersteuning van erkende collectiebeherende archieven en musea, de ondersteuning aan cultureel-erfgoedorganisaties en projectsubsidies voor cultureel-erfgoedprojecten, de regiefunctie van het regionaaldepot beleid en het erfgoedconsulentschap.
In het kader van de overheveling van de persoonsgebonden bevoegdheden wordt het beheer van de provinciale instellingen voor cultuur- en jeugdbeleid vanaf 2018 toegewezen aan de Vlaamse overheid, een lokale overheid óf de provincie. Van de 21 provinciale erfgoedinstellingen wordt vanaf 2018 het beheer waargenomen voor zes instellingen door een lokale overheid en voor vier instellingen door de Vlaamse overheid. Vervolledigt u zelf deze rekensom?

Vorig jaar oktober formuleerde OCE een reeks van bezorgdheden betreffende de overheveling van de provinciale bevoegdheden: Cultureel-erfgoedsector erg bezorgd over de overdracht van provinciale bevoegdheden naar de Vlaamse of de lokale overheidIn combinatie met het voorontwerp van het nieuwe decreet cultureel-erfgoed hebben we vandaag een antwoord op een deel van onze bezorgdheden van een jaar geleden. De Vlaamse overheid moet nu beslissen op welke manier zij de provinciale taken in de toekomst wil uitoefenen. OCE vraagt dat de sector betrokken wordt bij dit proces. OCE kijkt alvast uit naar de release van de geplande nota e-cultuur en digitalisering in de hoop ook een antwoord te krijgen over de toekomst van de provinciale initiatieven op vlak van automatisering en de erfgoeddatabanken.

Meer info en de lijst van de provinciale instellingen vindt u hier op de website van het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media.

 

 

OCE vraagt jouw input over het nieuwe erfgoeddecreet

De Raad van Bestuur van OCE kwam op maandag 18 juli bijeen in een spoedvergadering voor een eerste lectuur van het nieuwe Cultureel-erfgoeddecreet. Het decreet opent nieuwe mogelijkheden, maar laat ook heel wat onduidelijkheden bestaan en creëert nieuwe schotten. Veel wordt overgelaten aan het initiatief van de sector, evenwel zonder dat er een duidelijk kader geschetst wordt. De nadruk lijkt ook te liggen op de grote organisaties. Bepalingen over het steunpunt en de belangenbehartiger ontbreken. Door dat alles is het niet ondenkbaar dat het decreet aanleiding geeft tot verdeeldheid binnen de sector. Hoewel het decreet vele gelijkenissen vertoont met het vorige, kan het leiden tot een heel nieuw cultureel-erfgoedveld. Waakzaamheid is dan ook geboden.

OCE verzamelt nu de reacties van de verschillende deelsectoren en bereidt een standpunt voor. Heb je commentaar bij de tekst van het ontwerpdecreet (pdf) of de memorie van toelichting (pdf) , mail dit dan naar info@overlegcultureelerfgoed.be. Een ontwerp van standpunt wordt op een ‘Open OCE’ op maandag 19 september, 10u. in Lamot, Mechelen, besproken met de sector. Deelname aan dit overlegmoment is gratis, vooraf inschrijven is verplicht. Inschrijven kan je hier.

Vragen en bekommernissen van OCE over het nieuwe erfgoeddecreet

OCE dankt alle aanwezigen voor hun inbreng tijdens het open sectormoment van 10 juni.
De Raad van Bestuur stelde vast dat er na de verschillende gesprekken van het kabinet en de administratie op 8 juni met de deelsectoren én met de belangenbehartiger nog heel wat onduidelijkheden zijn over het nieuwe decreet dat binnenkort in het Vlaams Parlement voorkomt.

De voorzitter van OCE verstuurde volgend bericht  nog naar kabinet en administratie:

Geachte adviseurs
Beste An
Beste Stephanie
Geacht afdelingshoofd
Beste Marina

In opvolging van onze voorgaande contacten en de attente uitnodiging om een blijvende de dialoog aan te gaan, wil ik jullie namens de collega’s van de Raad van Bestuur van OCE, een aantal vragen en bekommernissen voorleggen. Ook al werden de constructieve gesprekken die de sector op 8 juni laatstleden met jullie mocht voeren zeer gewaardeerd, toch mag ik niet verhelen dat een aantal pertinente vragen blijven leven. De ongerustheid en onzekerheid over de toekomst blijft in de sector bestaan.

Volgende vragen wil ik voorleggen:

1. Er blijven vragen komen over de definitie en toewijzing of toeëigening van ‘rollen’. Er is nog grote onduidelijkheid over de regierol bij het bepalen of uittekenen van die mogelijke ‘rollen’. Om inflatie te vermijden, is het nodig dat een instantie het overzicht behoudt. Het is onduidelijk of administratie of FARO dit zullen opnemen.
OCE vraagt dat (1) een instantie deze rol toegewezen krijgt en (2) dat zij deze rol op een transparante manier uitoefent.

2. Als eigendom van de collectie(s) en het hebben van rechtspersoonlijkheid criteria worden om tot de basisinfrastructuur te kunnen behoren, wat dan met instellingen die onderdeel zijn van een lokaal bestuur? Moeten het werkelijk verzelfstandigde entiteiten zijn en in welke mate moet de Vlaamse overheid hier een rol in spelen?

3. De definitie van Collectie Vlaanderen is momenteel niet helder: moeten we de definitie ruim (alle collecties van publieke instellingen) of eng (collecties van publieke instellingen met het kwaliteitslabel) opvatten? Betreft het enkel materiële collecties en/of ook immateriële collecties?

4. Hoe sluit de voorgestelde timing (voor de collectiebeherende die gelinkt zijn aan een lokaal bestuur) aan op die van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen?

5. Moeten collectiebeherende instellingen die een rol willen opnemen, deze nu van bij aanvang opnemen voor de hele sector, of is er een groeitraject mogelijk?

6. Hoe gaat men bepalen of een organisatie cultureel erfgoed als kerntaak heeft? Cfr. organisaties die deel uitmaken van een lokaal bestuur of een onderwijsinstelling. Het ontbreken van criteria is een factor van verwarring!

7. Als de dossiers voor de basisinfrastructuur en de nieuwe beleidsplannen klaar moeten zijn eind 2017 (november?) , moeten de betrokken organisaties eigenlijk zo snel als mogelijk weten welke criteria van toepassing zullen zijn. Hoe kunnen anders volgens de regels van de kunst (stakeholdersbevragingen enz.) de Beleidsplannen worden uitgewerkt. In feite zouden we nu de criteria moeten kennen…
De vraag stelt zich meer en meer of november 2017 wel haalbaar is en niet beter een later moment in 2018 wordt voorop gesteld?
Globaal genomen zouden we voor de verschillende ruimtes zo gauw als mogelijk over de in te vullen sjablonen of formulieren moeten kunnen beschikken. In de sector leeft echt wel de grote bekommernis dat alles met een te grote snelheid gaat moeten worden uitgedacht, genegotïeerd en ingediend wat in tegenstelling kan staan tot de beoogde duurzaamheid, wegens te overhaast!

8. Aansluitend bij 7 roepen de plannen van een basisinfrastructuur grote vragen en bedenkingen op. In de brede sector stelt zich de vraag of hieraan een behoefte bestaat en of daarvoor wel de nodige financiële middelen voorhanden zijn.

9. Hoe wordt de problematiek van de (vermindering van de) planlast aangepakt?

10. In de sector heerst grote verwarring en onduidelijkheid over de ‘dynamische ruimte’: de vraag leeft over welke 4 of 5 soorten van projecten er nu wel gaan zijn, welke de criteria en budgettaire ruimtes hiervoor zijn. Het gevoel heerst ook dat dit de versnippering in het veld nog zal toenemen of dat er een veld ontstaat waarin aan verschillende en mogelijk tegengestelde snelheden gaat worden gereden.
Meer duidelijkheid over timing en praktische zaken zoals welke modellen moeten we gebruiken, is een stakeholdersbevraging noodzakelijk, zijn er sjablonen beschikbaar, enz. …?

Met dank voor de aandacht en tijd die u hieraan wilt besteden,
Met een vriendelijke groet,

Jan De Maeyer

Kabinet en departement CJSM lichten een tipje van de sluier op over het nieuwe erfgoeddecreet.

Op 30 mei verzamelde de erfgoedsector in de KVS te Brussel voor het infomoment over het nieuwe erfgoeddecreet. Na een presentatie van minsiter Gatz over de conceptnota en een toelichting van de standpunten en krachtlijnen van de Vlaamse regering, presenteerde het departement CSJM een veldtekening gebaseerd op een drieledige structuur van basisinfrastructuur – brede veld – dynamische ruimte. Bijkomende informatie vanuit OCE zal nog volgen, de presentatie vanwege kabinet en departement vindt u hier. Dat de sector nog met vragen zit is evident. De verschillende deelsectoren en OCE worden bovendien op 8 juni door het kabinet uitgenodigd voor bijkomende informatie en vragen.

OCE behoudt het open-sectormoment van vrijdag 10 juni om 14u bij FARO. U bent van harte bent uitgenodigd en kan hier nog steeds inschrijven.

Lees de visie van OCE in dialoog met de conceptnota van minister Sven Gatz

Het Overleg Cultureel Erfgoed wil de dialoog aangaan en verduidelijkt zijn visie over de conceptnota en een duurzaam erfgoedbeleid in een nota waarin zowel OCE als de verschillende deelsectoren opmerkingen en aandachtspunten formuleren. Hier vindt u de nota  Naar een duurzaam erfgoedbeleid: de visie van OCE in dialoog met de conceptnota van minister Sven Gatz.

Noteer in je agenda en schrijf je in!

Op maandag 30 mei organiseert Kunsten & Erfgoed een informatiemoment over de wijzigingen het Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012. Nadien is er gelegenheid tot het stellen van vragen. OCE roept het cultureel-erfgoedveld op om zo talrijk mogelijk aanwezig te zijn:
30 mei 2016 van 14 tot 17u. in de BOL van de Koninklijke Vlaamse Schouwburg, Lakensestraat 146, 1000 Brussel. Meer info en de mogelijkheid tot inschrijven vindt u hier.

Noteer ook het opensectormoment dat OCE op vrijdag 10 juni om 14u. in De Priem (FARO) vastlegt.
Op de agenda:
– verslag van het gesprek met het kabinet op 11 mei over de conceptnota;
– verslag van de hoorzitting bij de commissie cultuur van het Vlaamse Parlement op 12 mei;
– wijzigingen in het Cultureel-erfgoeddecreet van 6 juli 2012;
– varia.
Inschrijven voor het sector moment kan u hier.

OCE reageert op de conceptnota Cultureel Erfgoed

Het Overleg Cultureel Erfgoed (OCE) – de belangenbehartiger van het cultureel erfgoed en de culturele erfgoedorganisaties en -werkers in Vlaanderen en Brussel – is verheugd dat minister Sven Gatz een langetermijnperspectief voor de sector uittekent in de Conceptnota aan de Vlaamse Regering van minister Sven Gatz. Naar een duurzame cultureel-erfgoedwerking in Vlaanderen. Een langetermijnvisie voor cultureel erfgoed en cultureel-erfgoedwerking in Vlaanderen (maart 2016). OCE betreurt wel dat heldere prioriteiten en een financieel raamwerk in de nota ontbreken.

1. OCE waardeert de langetermijnvisie in de conceptnota …

– OCE waardeert de wijze waarop de minister de erfgoedsector heeft betrokken (sectormomenten, focusgroepen) bij de totstandkoming van de conceptnota. OCE apprecieert ook de openheid waarmee het kabinet naar de deelsectoren heeft geluisterd en de verzuchtingen van de sector heeft meegenomen in de uitwerking van de conceptnota. OCE kijkt uit naar het vervolgtraject dat in het vooruitzicht gesteld wordt en is bereid om daaraan constructief mee te werken.

– De nota wil een langetermijnperspectief uittekenen, legt het accent op duurzaamheid en stimuleert de netwerking en samenwerking in de sector. Op die manier komt ze tegemoet aan de nood van de sector om een ontwikkelingsstrategie op lange termijn uit te stippelen.

– De nota heeft aandacht voor de twee pijlers van het cultureel erfgoed (roerend erfgoed en immaterieel erfgoed).

  1. … maar formuleert ook kritische bedenkingen

– De nota mist de spreekwoordelijke rode draad, legt geen heldere prioriteiten en maakt geen krachtige keuzes waardoor er geen vooruitzicht is op een stabiel erfgoedbeleid.

– Regierol van de Vlaamse overheid is onduidelijk. De concrete uitwerking ontbreekt.

– Een financieel raamwerk of perspectief ontbreekt. Meer specifiek is er onduidelijkheid over de (structurele) financiering van onder meer de expertisecentra, de organisaties voor volkscultuur en de samenwerkingsverbanden.

– De gehanteerde terminologie/definities zijn niet eenduidig.

– Er wordt ingezet op de collectiebeherende instellingen (inzonderheid de musea) maar de erfgoedbibliotheken worden nog altijd niet gelijk behandeld met de musea en de culturele archiefinstellingen.

– OCE waardeert de inzet om onder meer via een gemeenschappelijk begrippenkader de roerende en immateriële cultureel erfgoedbenaderingen dichter bij elkaar te brengen. Toch blijft het nog onduidelijk in hoeverre en op welke wijze (de werking omtrent) roerend en immaterieel cultureel erfgoed apart of geïntegreerd benaderd worden en hoe dit in de ontwikkeling van het toekomstige beleidsinstrumentarium een vertaling zal vinden.

– Het perspectief dat de expertisecentra en de organisaties voor volkscultuur wordt voorgehouden mist focus (er wordt gekeken naar zowel rollen als naar functies) en de indruk ontstaat dat netwerking in deze prioritair is waardoor expertiseopbouw in het gedrang kan komen.

– De opties inzake de overdracht van de werking/middelen van de provinciale erfgoedinstellingen en -werking blijven onduidelijk.

– Het is onduidelijk hoe de bovenlokale meerwaarde van de erfgoedcellen wordt bepaald en wat de plaats is van de kunststeden in het cultureel-erfgoedbeleid.

– De depotwerking wordt doorgeschoven naar het Fonds Culturele Infrastructuur (FOCI), terwijl het FOCI zelf onder druk staat.

– Voor digitalisering en het beheer/preservatie van het digitaal erfgoed wordt structurele samenwerking voorop gesteld; de rol in deze van het Vlaams Instituut voor Archivering (VIAA) blijft onduidelijk.

Dit is een eerste, beknopte reactie. OCE werkt in overleg met de deelsectoren aan een omstandiger nota die wordt voorgelegd aan minister Gatz, de Cultuurcommissie van het Vlaams Parlement en wordt besproken op een open OCE op 10 juni a.s.

Wil je deelnemen aan de open OCE op 10 juni, of wil op de hoogte blijven van verdere initiatieven van het overleg, meld je dan hier aan.

 

Reactie conceptnota cultureel erfgoed

OCE organiseerde op 11 april 2016 een eerste open sectormoment om de eerste bevindingen over de conceptnota cultureel erfgoed te bespreken. De conceptnota werd op 25 maart jl. goedgekeurd in het Vlaams Parlement.

Een eerste aanzet tot reactie door OCE werd afgetoetst en aangevuld door de aanwezigen op het sectormoment. Deze aanzet wordt de komende weken teruggekoppeld naar de verschillende deelsectoren voor verdere aanvullingen. OCE zal de gebundelde opmerkingen overhandigen aan het kabinet, de administratie en de commissie cultuur.

Overlegmoment conceptnota cultureel erfgoed

Op vrijdag 25 maart keurde de Vlaamse regering de conceptnota cultureel erfgoed goed. Nu er een definitieve tekst beschikbaar is, nodigt het Overleg Cultureel Erfgoed (OCE), de belangenbehartiger voor de cultureel erfgoedsector, de sector uit voor een eerste overlegmoment, maandag 11 april 2016 om 15.15u. in Lamot, Van Beethovenstraat 8/10 te Mechelen. We vinden het belangrijk om op korte termijn een eerste overlegmoment te organiseren om te bekijken welke verdere stappen vanuit OCE wenselijk zijn.

Met het oog op de praktische organisatie, vragen we u om hier in te schrijven, bij voorkeur vóór vrijdag 5 april.