Categorie archief: Dossiers

Pleidooi voor een versterkt regionaal erfgoed- en cultuurweefsel

Binnen diverse domeinen van het cultuurbeleid wordt de regio vandaag genoemd als een interessante schaal voor experiment en innovatie. Maar het is ook een niveau waar verschillende overheden elkaar treffen. Vaak vinden ze elkaar en is er samenwerking, soms jutten ze elkaar op of werken ze elkaar tegen. De regio’s zijn duidelijk een boeiend, maar ook complex veld. Vanuit dit besef weerklinkt meer en meer de nood aan visievorming en expertisedeling rond regionaal (samen)werken.

Om het debat over regionaal werken en het Regionaal Cultuurdecreet te voeden, hebben OCE, ICOM-Vlaanderen en FARO een discussietekst geschreven. In deze tekst benoemen we randvoorwaarden en succesfactoren om regionale werkingen te versterken en te verankeren.

Maar deze tekst is ook bedoeld als een oproep: om werk te maken van een krachtige beleidsvisie op regionaal werken en om vanuit deze visie regionale dynamieken te ondersteunen. Met deze tekst richten we ons tot collega’s uit aangrenzende cultuurdomeinen, beleidsmakers en, in het bijzonder, de architecten van het toekomstige regionaal-cultuurdecreet.

Bron: FARO

OCE te gast op kabinet

Op 18 oktober was OCE te gast op het kabinet van cultuur voor de bespreking van de aanpassingen aan het voor ontwerp van het decreet. OCE kaartte vier punten aan:

  1. Het uitsluiten van organisaties die erfgoedwerking niet als kerntaak hebben.
    Het hek gaat dicht voor actoren die  erfgoedwerking niet als kerntaak hebben. Cofinanciering is het toverwoord om het erfgoed dat in andere beleidsdomeinen te vrijwaren. Helaas is daar geen aandacht voor erfgoedwerking omdat dát niet tot de kerntaak behoort. De openheid die het laatste decennium is gecreëerd dreigt weer verloren te gaan. OCE vraagt minstens steun om te komen tot een afstemming met de andere beleidsdomeinen. Omdat het voor het kabinet onduidelijk is wat hiervoor nodig zou zijn, wordt OCE gevraagd een voorstel uit te werken.
  1. Onduidelijkheid over depotwerking, digitalisering, vrijwilligerswerking en lokale werkingen.
    Tot nu toe had OCE nog geen antwoord op eerdere vragen over de toekomstige depotwerking, digitalisering en vrijwilligerswerking. Voor de beleidsplanning en onderlinge afstemmingen hebben de erfgoedorganisaties duidelijkere vooruitzichten nodig.
    De Vlaamse overheid neemt de rol van de provinciale depotwerking over, zowel de databanken als de consulentschappen. Voor de VGC blijft de depotwerking ingeschreven.
    Onlangs startte een haalbaarheidsonderzoek voor digitalisering. De resultaten hiervan zullen gekend zijn in april of mei. Indien nodig, wordt gewerkt met tussentijdse rapporten. OCE benadrukt dat de erfgoedsector hierin betrokken moet blijven en dat afstemming met de Vlaamse Coördinerende Archiefdienst nodig is.
    De lokale en bovenlokale belangen worden behandelt in het regiodecreet terwijl het zogenaamde regionale decreet focust op de persoonsgebonden materies van de provincies waartoe ook erfgoed behoort. Dit laatste staat volgend jaar op de politieke agenda van 2017. Het is de bedoeling de vele diverse regelingen/reglementen te analyseren en in de huidige provinciale reglementeringen de gemeenschappelijke noemers te zoeken.
  1. De beoordelingsprocedure
    Voor de werkingssubsidies blijft het systeem van beoordelingscommissie in voege. Het verhaalrecht zoals in het Kunstendecreet acht men niet meer haalbaar omwille van de werkdruk voor de organisaties en de administratie.
    Voor het beoordelen van projectaanvragen wordt binnen het departement cultuur een vergelijkende studie gemaakt. Andere afdelingen werken voor het toekennen van projectsubsidies met externen. OCE vindt het belangrijk dat experten die hierbij betrokken worden de sector wel kennen. Een duidelijk begrippenkader is alleszins essentieel.
  1. Krappe timing voor de erfgoedorganisaties.
    De procedures rond het gehele beslissingsproces maakt het onmogelijk om te schuiven met de timing. In de loop van het proces zijn al vertragingen opgetreden, bovendien is het moeilijk om in te schatten hoeveel aanvragen zullen binnenkomen. Het kabinet wil de dialoog aangaan, maar kan niet veel beloven.

Lieve hongerlijders: beluister de vraag om uitleg in de commissievergadering

Op 29 september 2016 vroeg Bart Caron minister Sven Gatz om uitleg over de bevraging die de administratie hield bij de landelijke erfgoedorganisaties met het oog op de dienstverlenende rol die men wenst op te nemen voor de volgende beleidsperiode. OCE hoorde graag dat de standpunten die we samen formuleerden over het nieuwe decreet al ter harte werden genomen.
Het videoverslag en het voorlopig schriftelijke verslag van de zitting vind je hier.

Mooi aansluitend daarop kregen we op 30 september het nieuws dat op 25 november een informatie- en consultatiedag zal plaatsvinden over het nieuwe decreet en de uitvoeringsbesluiten. Noteer alvast in je agenda.

OCE formuleert standpunten en adviezen over het Cultureel-erfgoeddecreet 2016

 

Op basis van de reacties van de deelsectoren en de denkoefening van de open OCE-vergadering op 19 september jongstleden formuleerde OCE een aantal standpunten en adviezen over de knelpunten die de sector in het nieuwe decreet ziet:
– Het decreet dreigt een omgekeerd effect te sorteren en versnippering in de hand te werken.
– Het complementaire beleid tussen Vlaanderen en steden en gemeenten verschraalt het middensegment en is nadelig voor kleine spelers.
– Collectiebeherende taken en dienstverlenende rollen worden te veel institutioneel en vanuit bestaand aanbod ingevuld.
– De timing is onrealistisch en leidt tot kwaliteitsverlies.

OCE bezorgde op 27 september 2016 deze standpunten aan het kabinet, de voorzitter van de cultuurcommissie van het Vlaams Parlement, de SARC en de administratie. We hopen hiermee de dialoog van voor de zomer te kunnen verder zetten.

U vindt hier de volledig uitgewerkte standpunten met bijhorende adviezen die tijdens het open OCE-moment werden geformuleerd en de standpunten van de verschillende deelsectoren.

Afslanking van de provincies goedgekeurd. Hoe gaat het verder voor de cultureel-erfgoedorganisaties?

Op 26 juli 2016 keurde de Vlaamse Regering de afslanking van de provincies definitief goed. Op het spel stonden de persoonsgebonden bevoegdheden en de bijhorende middelen van de provincies naar de lokale besturen en/of de Vlaamse overheid.

Verschillende provinciale taken die in de decreten van de Vlaamse overheid zijn verankerd, worden met de nodige financiële middelen en personeelsleden overgeheveld naar de Vlaamse overheid. Wat het cultureel-erfgoedbeleid betreft, werkten de provincies een complementair regionaal cultureel-ergoedbeleid uit via de indeling en de structurele ondersteuning van erkende collectiebeherende archieven en musea, de ondersteuning aan cultureel-erfgoedorganisaties en projectsubsidies voor cultureel-erfgoedprojecten, de regiefunctie van het regionaaldepot beleid en het erfgoedconsulentschap.
In het kader van de overheveling van de persoonsgebonden bevoegdheden wordt het beheer van de provinciale instellingen voor cultuur- en jeugdbeleid vanaf 2018 toegewezen aan de Vlaamse overheid, een lokale overheid óf de provincie. Van de 21 provinciale erfgoedinstellingen wordt vanaf 2018 het beheer waargenomen voor zes instellingen door een lokale overheid en voor vier instellingen door de Vlaamse overheid. Vervolledigt u zelf deze rekensom?

Vorig jaar oktober formuleerde OCE een reeks van bezorgdheden betreffende de overheveling van de provinciale bevoegdheden: Cultureel-erfgoedsector erg bezorgd over de overdracht van provinciale bevoegdheden naar de Vlaamse of de lokale overheidIn combinatie met het voorontwerp van het nieuwe decreet cultureel-erfgoed hebben we vandaag een antwoord op een deel van onze bezorgdheden van een jaar geleden. De Vlaamse overheid moet nu beslissen op welke manier zij de provinciale taken in de toekomst wil uitoefenen. OCE vraagt dat de sector betrokken wordt bij dit proces. OCE kijkt alvast uit naar de release van de geplande nota e-cultuur en digitalisering in de hoop ook een antwoord te krijgen over de toekomst van de provinciale initiatieven op vlak van automatisering en de erfgoeddatabanken.

Meer info en de lijst van de provinciale instellingen vindt u hier op de website van het Departement Cultuur, Jeugd, Sport en Media.

 

 

Vragen en bekommernissen van OCE over het nieuwe erfgoeddecreet

OCE dankt alle aanwezigen voor hun inbreng tijdens het open sectormoment van 10 juni.
De Raad van Bestuur stelde vast dat er na de verschillende gesprekken van het kabinet en de administratie op 8 juni met de deelsectoren én met de belangenbehartiger nog heel wat onduidelijkheden zijn over het nieuwe decreet dat binnenkort in het Vlaams Parlement voorkomt.

De voorzitter van OCE verstuurde volgend bericht  nog naar kabinet en administratie:

Geachte adviseurs
Beste An
Beste Stephanie
Geacht afdelingshoofd
Beste Marina

In opvolging van onze voorgaande contacten en de attente uitnodiging om een blijvende de dialoog aan te gaan, wil ik jullie namens de collega’s van de Raad van Bestuur van OCE, een aantal vragen en bekommernissen voorleggen. Ook al werden de constructieve gesprekken die de sector op 8 juni laatstleden met jullie mocht voeren zeer gewaardeerd, toch mag ik niet verhelen dat een aantal pertinente vragen blijven leven. De ongerustheid en onzekerheid over de toekomst blijft in de sector bestaan.

Volgende vragen wil ik voorleggen:

1. Er blijven vragen komen over de definitie en toewijzing of toeëigening van ‘rollen’. Er is nog grote onduidelijkheid over de regierol bij het bepalen of uittekenen van die mogelijke ‘rollen’. Om inflatie te vermijden, is het nodig dat een instantie het overzicht behoudt. Het is onduidelijk of administratie of FARO dit zullen opnemen.
OCE vraagt dat (1) een instantie deze rol toegewezen krijgt en (2) dat zij deze rol op een transparante manier uitoefent.

2. Als eigendom van de collectie(s) en het hebben van rechtspersoonlijkheid criteria worden om tot de basisinfrastructuur te kunnen behoren, wat dan met instellingen die onderdeel zijn van een lokaal bestuur? Moeten het werkelijk verzelfstandigde entiteiten zijn en in welke mate moet de Vlaamse overheid hier een rol in spelen?

3. De definitie van Collectie Vlaanderen is momenteel niet helder: moeten we de definitie ruim (alle collecties van publieke instellingen) of eng (collecties van publieke instellingen met het kwaliteitslabel) opvatten? Betreft het enkel materiële collecties en/of ook immateriële collecties?

4. Hoe sluit de voorgestelde timing (voor de collectiebeherende die gelinkt zijn aan een lokaal bestuur) aan op die van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen?

5. Moeten collectiebeherende instellingen die een rol willen opnemen, deze nu van bij aanvang opnemen voor de hele sector, of is er een groeitraject mogelijk?

6. Hoe gaat men bepalen of een organisatie cultureel erfgoed als kerntaak heeft? Cfr. organisaties die deel uitmaken van een lokaal bestuur of een onderwijsinstelling. Het ontbreken van criteria is een factor van verwarring!

7. Als de dossiers voor de basisinfrastructuur en de nieuwe beleidsplannen klaar moeten zijn eind 2017 (november?) , moeten de betrokken organisaties eigenlijk zo snel als mogelijk weten welke criteria van toepassing zullen zijn. Hoe kunnen anders volgens de regels van de kunst (stakeholdersbevragingen enz.) de Beleidsplannen worden uitgewerkt. In feite zouden we nu de criteria moeten kennen…
De vraag stelt zich meer en meer of november 2017 wel haalbaar is en niet beter een later moment in 2018 wordt voorop gesteld?
Globaal genomen zouden we voor de verschillende ruimtes zo gauw als mogelijk over de in te vullen sjablonen of formulieren moeten kunnen beschikken. In de sector leeft echt wel de grote bekommernis dat alles met een te grote snelheid gaat moeten worden uitgedacht, genegotïeerd en ingediend wat in tegenstelling kan staan tot de beoogde duurzaamheid, wegens te overhaast!

8. Aansluitend bij 7 roepen de plannen van een basisinfrastructuur grote vragen en bedenkingen op. In de brede sector stelt zich de vraag of hieraan een behoefte bestaat en of daarvoor wel de nodige financiële middelen voorhanden zijn.

9. Hoe wordt de problematiek van de (vermindering van de) planlast aangepakt?

10. In de sector heerst grote verwarring en onduidelijkheid over de ‘dynamische ruimte’: de vraag leeft over welke 4 of 5 soorten van projecten er nu wel gaan zijn, welke de criteria en budgettaire ruimtes hiervoor zijn. Het gevoel heerst ook dat dit de versnippering in het veld nog zal toenemen of dat er een veld ontstaat waarin aan verschillende en mogelijk tegengestelde snelheden gaat worden gereden.
Meer duidelijkheid over timing en praktische zaken zoals welke modellen moeten we gebruiken, is een stakeholdersbevraging noodzakelijk, zijn er sjablonen beschikbaar, enz. …?

Met dank voor de aandacht en tijd die u hieraan wilt besteden,
Met een vriendelijke groet,

Jan De Maeyer

Kabinet en departement CJSM lichten een tipje van de sluier op over het nieuwe erfgoeddecreet.

Op 30 mei verzamelde de erfgoedsector in de KVS te Brussel voor het infomoment over het nieuwe erfgoeddecreet. Na een presentatie van minsiter Gatz over de conceptnota en een toelichting van de standpunten en krachtlijnen van de Vlaamse regering, presenteerde het departement CSJM een veldtekening gebaseerd op een drieledige structuur van basisinfrastructuur – brede veld – dynamische ruimte. Bijkomende informatie vanuit OCE zal nog volgen, de presentatie vanwege kabinet en departement vindt u hier. Dat de sector nog met vragen zit is evident. De verschillende deelsectoren en OCE worden bovendien op 8 juni door het kabinet uitgenodigd voor bijkomende informatie en vragen.

OCE behoudt het open-sectormoment van vrijdag 10 juni om 14u bij FARO. U bent van harte bent uitgenodigd en kan hier nog steeds inschrijven.

Lees de visie van OCE in dialoog met de conceptnota van minister Sven Gatz

Het Overleg Cultureel Erfgoed wil de dialoog aangaan en verduidelijkt zijn visie over de conceptnota en een duurzaam erfgoedbeleid in een nota waarin zowel OCE als de verschillende deelsectoren opmerkingen en aandachtspunten formuleren. Hier vindt u de nota  Naar een duurzaam erfgoedbeleid: de visie van OCE in dialoog met de conceptnota van minister Sven Gatz.

OCE reageert op de conceptnota Cultureel Erfgoed

Het Overleg Cultureel Erfgoed (OCE) – de belangenbehartiger van het cultureel erfgoed en de culturele erfgoedorganisaties en -werkers in Vlaanderen en Brussel – is verheugd dat minister Sven Gatz een langetermijnperspectief voor de sector uittekent in de Conceptnota aan de Vlaamse Regering van minister Sven Gatz. Naar een duurzame cultureel-erfgoedwerking in Vlaanderen. Een langetermijnvisie voor cultureel erfgoed en cultureel-erfgoedwerking in Vlaanderen (maart 2016). OCE betreurt wel dat heldere prioriteiten en een financieel raamwerk in de nota ontbreken.

1. OCE waardeert de langetermijnvisie in de conceptnota …

– OCE waardeert de wijze waarop de minister de erfgoedsector heeft betrokken (sectormomenten, focusgroepen) bij de totstandkoming van de conceptnota. OCE apprecieert ook de openheid waarmee het kabinet naar de deelsectoren heeft geluisterd en de verzuchtingen van de sector heeft meegenomen in de uitwerking van de conceptnota. OCE kijkt uit naar het vervolgtraject dat in het vooruitzicht gesteld wordt en is bereid om daaraan constructief mee te werken.

– De nota wil een langetermijnperspectief uittekenen, legt het accent op duurzaamheid en stimuleert de netwerking en samenwerking in de sector. Op die manier komt ze tegemoet aan de nood van de sector om een ontwikkelingsstrategie op lange termijn uit te stippelen.

– De nota heeft aandacht voor de twee pijlers van het cultureel erfgoed (roerend erfgoed en immaterieel erfgoed).

  1. … maar formuleert ook kritische bedenkingen

– De nota mist de spreekwoordelijke rode draad, legt geen heldere prioriteiten en maakt geen krachtige keuzes waardoor er geen vooruitzicht is op een stabiel erfgoedbeleid.

– Regierol van de Vlaamse overheid is onduidelijk. De concrete uitwerking ontbreekt.

– Een financieel raamwerk of perspectief ontbreekt. Meer specifiek is er onduidelijkheid over de (structurele) financiering van onder meer de expertisecentra, de organisaties voor volkscultuur en de samenwerkingsverbanden.

– De gehanteerde terminologie/definities zijn niet eenduidig.

– Er wordt ingezet op de collectiebeherende instellingen (inzonderheid de musea) maar de erfgoedbibliotheken worden nog altijd niet gelijk behandeld met de musea en de culturele archiefinstellingen.

– OCE waardeert de inzet om onder meer via een gemeenschappelijk begrippenkader de roerende en immateriële cultureel erfgoedbenaderingen dichter bij elkaar te brengen. Toch blijft het nog onduidelijk in hoeverre en op welke wijze (de werking omtrent) roerend en immaterieel cultureel erfgoed apart of geïntegreerd benaderd worden en hoe dit in de ontwikkeling van het toekomstige beleidsinstrumentarium een vertaling zal vinden.

– Het perspectief dat de expertisecentra en de organisaties voor volkscultuur wordt voorgehouden mist focus (er wordt gekeken naar zowel rollen als naar functies) en de indruk ontstaat dat netwerking in deze prioritair is waardoor expertiseopbouw in het gedrang kan komen.

– De opties inzake de overdracht van de werking/middelen van de provinciale erfgoedinstellingen en -werking blijven onduidelijk.

– Het is onduidelijk hoe de bovenlokale meerwaarde van de erfgoedcellen wordt bepaald en wat de plaats is van de kunststeden in het cultureel-erfgoedbeleid.

– De depotwerking wordt doorgeschoven naar het Fonds Culturele Infrastructuur (FOCI), terwijl het FOCI zelf onder druk staat.

– Voor digitalisering en het beheer/preservatie van het digitaal erfgoed wordt structurele samenwerking voorop gesteld; de rol in deze van het Vlaams Instituut voor Archivering (VIAA) blijft onduidelijk.

Dit is een eerste, beknopte reactie. OCE werkt in overleg met de deelsectoren aan een omstandiger nota die wordt voorgelegd aan minister Gatz, de Cultuurcommissie van het Vlaams Parlement en wordt besproken op een open OCE op 10 juni a.s.

Wil je deelnemen aan de open OCE op 10 juni, of wil op de hoogte blijven van verdere initiatieven van het overleg, meld je dan hier aan.

 

Cultureel-erfgoedsector erg bezorgd over de overdracht van provinciale bevoegdheden naar de Vlaamse of de lokale overheid


Opmerkingen van het Overleg Cultureel Erfgoed vzw (OCE) bij de beslissing van de Vlaamse regering van 17 juli 2015

Er heerst grote ongerustheid in de cultureel-erfgoedsector over de overdracht van provinciale bevoegdheden naar andere beleidsniveaus. De provincies leggen eigen beleidsaccenten, beheren belangrijke erfgoedinstellingen en hebben een decretale rol op vlak van cultureel erfgoed. Hierdoor zal de impact op de lokale, regionale en zelfs landelijke erfgoedsector groot zijn. OCE vzw, in maart 2015 opgericht als belangenbehartiger van de cultureel-erfgoedsector in Vlaanderen, moet als spreekbuis van de sector betrokken worden bij dit proces van bevoegdheidsoverdracht. De operatie mag in geen geval een besparingsoperatie zijn die ten koste gaat van de cultureel-erfgoedsector. Het is belangrijk dat de Vlaamse overheid snel transparantie brengt in dit dossier.

OCE vraagt concreet:

  • Overleg over de inventaris van provinciale taken en middelen
  • Duidelijke criteria voor de overdracht
  • Duidelijkheid over de verdere inzetbaarheid van het personeel voor het cultureel erfgoedveld
  • Duidelijkheid over regionale instellingen en organisaties
  • Behoud van laagdrempeligheid
  • Duidelijkheid over analoge en digitale depotwerking
  • Ondersteuning van de lokale erfgoedwerking
  • Duidelijkheid over de afspraken met VVSG en VVP

ERF140427_02Overleg over de inventaris van provinciale taken en middelen
De overdracht van bevoegdheden gebeurt op basis van een inventaris van provinciale taken en middelen. Deze is opgesteld door de provincies zelf zonder overleg te plegen met de sector. De inventaris die momenteel circuleert, is onvolledig met alle risico’s van dien. Deze moet aangevuld worden in overleg met het cultureel-erfgoedveld. De provincies hebben de voorbije jaren zeer diverse stimuli gegeven aan lokale, regionale en bovenlokale erfgoedwerkingen (door middel van subsidies voor werking, projecten,  investeringen, personele ondersteuning …). Alle door de provincie aangegane engagementen moeten gegarandeerd blijven.

Duidelijke criteria voor de overdracht
De criteria die bepalen aan welk bestuursniveau instellingen en bevoegdheden overgedragen zullen worden, zijn voor OCE niet transparant en worden niet consequent toegepast. Dat is in het bijzonder zo voor de scenario’s die circuleren voor de overdracht van provinciale instellingen. Voor enkele instellingen zijn blijkbaar zelfs nog geen scenario’s geformuleerd. OCE maakt zich zorgen over het bewaren van de eigenheid van de instellingen en de continuïteit van hun werking bij het overdrachtscenario. Het is onduidelijk welk statuut deze overgenomen instellingen zullen krijgen binnen de Vlaamse overheid of binnen de steden. Ook steden hebben zelf nog geen beslissingen genomen welke hun engagement zal zijn, omdat ze niet goed weten wat de verplichtingen bij overname inhouden.

Duidelijkheid over de verdere inzetbaarheid van het personeel voor het cultureel erfgoedveld
De overdracht zal een grote impact hebben op vele medewerkers van provinciale diensten en instellingen. De onzekerheid doet mensen kiezen voor andere taken en opdrachten of zelfs voor ander werk. Daarmee vloeit er nu al volop deskundigheid weg uit de sector. Voor alle betrokkenen en voor de sector is het van belang dat er snel duidelijkheid komt over de toekomst. De opgebouwde deskundigheid dient maximaal gevrijwaard voor het culturele erfgoedveld.

Duidelijkheid over instellingen en organisaties met een duidelijk regionale of streekgebonden opdracht
OCE vraagt duidelijkheid over de toekomst van instellingen en organisaties met een regionale opdracht. Soms is er duidelijk nood aan een werking op het regionale niveau. Bij overdracht van regionale instellingen en organisaties naar het lokale niveau, rijst de vraag of de lokale besturen ook op termijn zullen willen investeren in werkingen die hun gebied overstijgen; bij overdracht naar het Vlaamse niveau rijst de vraag of de nabijheid bij het werkveld wel behouden blijft. Er is nood aan een globale beleidsvisie die de link legt tussen het Vlaamse beleid, het lokale beleid en de ruimte en organisaties daar tussenin.

De ontvangende overheid neemt desgevallend de lopende engagementen over van de provincies. Er worden echter geen garanties geboden op langere termijn.

Laagdrempeligheid behouden
De ondersteuning die de provincies bieden, zowel financieel als in de vorm van expertise, is toegankelijk en laagdrempelig. Er is echter geen enkele garantie dat dit ook op langere termijn zo blijft. Er moeten middelen beschikbaar blijven voor laagdrempelige projecten, zonder dat deze zouden moeten voldoen aan de criteria die momenteel op Vlaams niveau gelden.

Duidelijkheid over analoge en digitale depotwerking
Voor het depotbeleid zou Vlaanderen de regie overnemen, maar blijven de provincies de infrastructuur beheren. Depots zijn echter niet zo maar opslagruimtes. Hoe zullen de provincies deze depots in de toekomst kwaliteitsvol kunnen beheren als er binnen de provincies geen deskundigheid meer aanwezig is op vlak van behoud en beheer, registratie e.d.? Wat met de financiële ondersteuning die de provincies momenteel voorzien voor de uitbouw van (boven)lokale of thematische erfgoeddepots? Welke toekomst is er nog voor de projecten die momenteel gepland worden? De deskundigheid en de personeelsinzet, opgebouw via initiatieven als het erfgoedconsulentschap en de initiatieven op vlak van automatisering, erfgoeddatabanken  en digitalisering dienen voor het erfgoedveld bewaard te blijven.

Ondersteuning van de lokale erfgoedwerking
De provincies hebben een sterke dienstverlening uitgebouwd naar het lokale en bovenlokale erfgoedveld: consulentschappen, laagdrempelige scholing en informatieverstrekking, gemeenschappelijke aankoop van preservatiematerialen, om van de uitleendiensten maar te zwijgen. Deze dienstverlening is noodzakelijk en mag niet verdwijnen. De uitleendiensten moeten behouden blijven en dicht genoeg bij de gebruikers gevestigd zijn. Wij vrezen dat het consulentschap, als het op Vlaams niveau wordt georganiseerd, niet ten goede zal komen van de kleine lokale museale werkingen maar eerder tot een niet aangepaste inhoudswijziging zal leiden. Een gedecentraliseerde Vlaamse werking dient zich desgevallend op.
Duidelijkheid over de afspraken met VVSG en VVP
Wordt het protocol voortgezet dat de Vlaamse overheid afsloot met de VVSG en de VVP over de erkenning en ondersteuning van cultureel-erfgoedinstellingen op het lokale, regionale en Vlaamse niveau? Er blijft nood aan een kader waarbij alle (betrokken) bestuursniveaus hun verantwoordelijkheid opnemen en zich engageren om de middelen voor de collectiebeherende organisaties te oormerken. Het netwerkmodel van het Cultureel-erfgoeddecreet moet behouden blijven. Wij vragen ook meer gestructureerde inspraak op het stedelijk en provinciaal niveau op de manier zoals de SARC werkt op Vlaams niveau. We vragen een vakspecifieke participatie van deskundige erfgoedwerkers aan het overleg tussen VVSG, VVP en de (vertegenwoordigers) van de Vlaamse Regering.

Overleg Cultureel Erfgoed vzw (OCE)
OCE is in maart 2015 opgericht als belangenbehartiger van het culturele erfgoedveld in Vlaanderen. De organisatie vertegenwoordigt de zeven deelsectoren van het erfgoedveld in Vlaanderen en behartigt de belangen van het cultureel erfgoed en van de erfgoedorganisaties. De vzw bestaat uit volgende koepels:

  • Landelijke Expertisecentra cultureel erfgoed en Organisaties volkscultuur (LEOV)
    Overleg van de landelijke expertisecentra cultureel erfgoed en organisaties volkscultuur ondersteund op Vlaams niveau
  • Overleg erfgoedcellen en coördinatie lokaal cultureel-erfgoedbeleid
    Overleg van de erfgoedcellen/erfgoedcoördinatie van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met een convenant en de kunststeden
  • Overleg Landelijk Archieven Vlaanderen (OLAV)
    Overleg van culturele archiefinstellingen met een kwaliteitslabel, ingedeeld bij het Vlaamse niveau en de Vlaamse Rijksarchieven
  • Overleg Landelijke Musea
    Overleg van onder meer musea met een kwaliteitslabel, ingedeeld bij het Vlaamse niveau en samenwerkingsverbanden voor internationale profilering van de kunstcollecties
  • Vlaamse Erfgoedbibliotheek vzw
    Een samenwerkingsverband van zes representatieve en erkende erfgoedbibliotheken en het aanspreekpunt voor erfgoedbibliotheken in Vlaanderen en Brussel
  • International Council On Museums (ICOM) Vlaanderen vzw
    ICOM-Vlaanderen is een ledenvereniging van en voor musea en museummedewerkers in Vlaanderen en Brussel. Samen met ICOM-Wallonië vormt het het nationaal comité van ICOM België
  • Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief en Documentatie (VVBAD) vzw
    Ledenvereniging waarbij onder meer archieven en erfgoedbibliotheken met een kwaliteitslabel, ingedeeld bij het lokale of regionale niveau of zonder indeling, aangesloten zijn.