Maandelijks archief: februari 2017

Visies van OCE in samenspraak met de subsectoren voor de uitvoeringsbesluiten van het Cultureel-Erfgoeddecreet 2016

Op vraag van het kabinet van Cultuur en het Departement Kunsten & Erfgoed hebben de verschillende subsectoren en ook OCE nagedacht over een aantal insteken voor de toekomstige uitvoeringsbesluiten. Op basis van de reacties van de zeven deelsectoren waaruit Overleg Cultureel Erfgoed bestaat, zijn de volgende visies geformuleerd.

In wat volgt kan u vinden:

  1. Een preambule, voorafgaand aan
  2. De visie/bedenkingen/vragen van de verschillende subsectoren

1.    Preambule

– Enerzijds waarderen OCE en de verschillende subsectoren de uitnodiging om mee na te denken over criteria en uitvoeringsbesluiten, anderzijds willen we toch stellen dat het niet aan de sector is de criteria als dusdanig te bepalen. Dit komt het kabinet en het Departement toe. Wat volgt zijn dan ook insteken, voorstellen, suggesties waarover verdere dialoog kan worden ontwikkeld.

– De sector heeft nood aan meer flexibiliteit en autonomie binnen de criteria, daarom pleit OCE samen met de subsectoren voor een generieke benadering van de maatstaven. Criteria mogen niet worden verabsoluteerd. De sector pleit er voor dat de kwaliteit boven de kwantiteit moet komen bij de beoordeling.

– OCE pleit ook samen met de subsectoren voor zorgvuldig samengestelde beoordelingscommissies en deze moeten voldoende flexibel te werk kunnen gaan (wat verder ook nog aan bod komt).

– Samen met de subsectoren pleit OCE voor een subsectorale behandeling van de dossiers, dit in de lijn van de voorliggende nota’s. Daarbij kunnen de beoordelingscommissies zowel de subsectorale landelijke als regionaal ingedeelde organisaties beoordelen. (Wij pleiten in het geval van de regionaal collectiebeherende organisaties dat we voortaan de term ‘bovenlokaal’ hanteren, zie verder.)

– Samen met de subsectoren kiest OCE voor commissies die in meerderheid (overwicht) zijn samengesteld uit experten uit de betrokken subsector. In de geest van de conceptnota, het decreet en allicht ook de visienota van minister Gatz lijkt de geopperde gedachte om ook een aantal experten uit andere subsectoren toe te voegen interessant, maar deze dienen dan duidelijk in mindere mate te worden toegevoegd. Eventueel kunnen ook experten of representatieve personen uit het sociaal-cultureel werk, kunsten, welzijn en/of onderwijs worden aangezocht.

– De beoordelingscommissies die de rollen of ICE beoordelen, mogen in de ogen van de subsectoren en OCE niet geïsoleerd werken. Deze beoordelingscommissies moeten voldoende overleg plegen/afstemmen met de andere beoordelingscommissies, zeker in het geval van de collectiebeherende organisaties. Deze taak zou best worden opgenomen door de ACCE (adviescommissie) te meer daar de voorzitters van de verschillende BC’s in zetelen. In de commissie rollen en ICE moet een visie op de hele sector aanwezig zijn, bijvoorbeeld dienstverlening is immers transsectoraal.

– Als de pool van experten zou worden samengesteld via www.iedereenkanzetelen.be, dan pleiten we vanuit OCE en de subsectoren uitdrukkelijk voor voldoende deskundigheid: de kandidaten moeten beoordeeld worden op hun expertise en praktijkervaring. Tevens moeten zij visie bezitten en het volledige veld overzien. Het is evident dat ze daarenboven representatief/deskundig moeten zijn voor de subsector waartoe ze worden gerekend. De commissie ICE zou best internationaal worden aangevuld, eventueel via www.iedereenkanzetelen.be.

– Als er voor de beoordelingscommissies gaat worden gewerkt met www.iedereenkanzetelen.be, dan wil OCE dit ondersteunen door een oproep te doen naar bevoegde experten via haar achterban/de subsectoren.

– OCE vraagt samen met de subsectoren naar een heldere definitie van het begrip “aanvullende financiering”. Die verwerven is immers in de erfgoedsector niet gemakkelijk of evident. Voor sommige subsectoren is dit eenvoudiger dan voor andere. Het hanteren van iets als een percentage lijkt ons dan ook uit den boze. Het mag ook geen vestzak-broekzak operatie worden tussen actoren in de erfgoedsector. De publieke inbreng moet ook volledig worden verrekend. Instrumenten als indemniteitsregeling en fiscale aftrekbaarheid moeten mee kunnen worden ingezet. In dit kader stellen we de vraag of er trouwens geen tegenspraak kan ontstaan tussen aanvullende financiering en een participatieve aanpak.

– Hoger vraagt OCE samen met de collega’s uit de ‘regionale’ collectiebeherende organisaties naar een bezinning over het gebruik van de term ‘regionaal’. ‘Bovenlokaal’ lijkt ons correcter en helderder. Er is immers niet altijd een regionale afbakening, de werking kan bijvoorbeeld thematisch over heel Vlaanderen gaan, maar de organisatie bezit daarom nog geen landelijk profiel.

– OCE stelt zich samen met de subsectoren vragen bij het watervalsysteem. Als een organisatie een landelijke status ambieert, maar deze niet wordt toegekend, daalt deze organisatie dan automatisch naar het ‘regionale’ (lees bovenlokale) niveau? Of moet de hele procedure, weliswaar in een andere subcategorie, worden overgedaan? Of komen organisaties die niet in aanmerking komen voor een landelijk statuut, bijgevolg dan ook niet in aanmerking voor een regionaal statuut, gezien er geen volgende indiendatum is voorzien na eind 2017/begin 2018? Kunnen deze organisaties dan via de dynamische ruimte nog middelen verkrijgen voor landelijke en/of regionale werking?

– OCE en de subsectoren pleiten er voor het digitale te laten terugkomen bij elke functie. Bij de depotwerking moet samenwerking een aandachtspunt worden.

– Gesco en DAC-middelen moeten in de sector/subsector behouden blijven. De betrokken organisaties moeten een voldoende lange overgangsperiode krijgen om hun personeelskader aan te passen.

2.    Nota’s van de subsectoren

  1. Visie van de erfgoedcellen en stedelijke erfgoedcoördinatoren – Regionale rollen
  2. Visies van de LEOV’s en samenwerkingsverbanden – Landelijke dienstverlenende rollen
  3. Gezamenlijke visies landelijk en regionaal ingedeelde archieven
  4. Gezamenlijke visies landelijk en regionaal ingedeelde musea
  5. Visie van de erfgoedbibliotheken
  6. Visies vanuit Tapis Plein en het ICE-trekkersnetwerk

OPGELET: datumwijziging voor het debat over de herziening van de Vrijwilligerswet

OCE kreeg volgend bericht aan van de ‘Verenigde Verenigingen’, die aandacht willen vragen voor de herziening aan de vrijwilligerswet:

“In aanloop naar de Week van de Vrijwilliger organiseert ‘de Verenigde Verenigingen’ op woensdag 1 maart een politiek debat over de herziening van de vrijwilligerswet. Door omstandigheden -buiten onze wil- zijn we genoodzaakt om het geplande debat op 1 maart over de herziening van de vrijwilligerswetgeving te annuleren.

Maar niet getreurd. Exact één week later – op woensdag 8 maart, middenin de Week van de Vrijwilliger – vonden we voldoende politici bereid om deel te nemen aan dit debat. Intussen bewoog er ook al één en ander op het wetgevende vlak. Bevoegd federaal minister De Block bespreekt haar wetsontwerp de komende dagen met haar collega’s en Vlaams minister van Sport Muyters legde aan zijn Vlaamse collega’s een visienota voor over de invoering van een statuut voor ‘semi-agorale arbeid voor sportbegeleiders’. Beide komen op 8 maart zeker aan bod, gevolgd door een debat met parlementsleden en hopelijk ook met u.

Het debat vindt plaats in de Boudewijnzaal van de KVAB tussen 18u en 20u30.

Je vindt het bericht hier op de website van de Verenigde Verenigingen. Inschrijven kan hier. Welkom!”

OCE vraagt uw aandacht voor de herziening van de Vrijwilligerswet

Een facelift voor de vrijwilligerswet: politici debatteren op woensdag 1 maart

In aanloop naar de Week van de Vrijwilliger organiseert ‘de Verenigde Verenigingen’ op woensdag 1 maart een politiek debat over de herziening van de vrijwilligerswet. De vrijwilligerswet dateert van 2005. Federaal Minister van Sociale Zaken De Block plant dit jaar een herziening ervan. Dat is goed nieuws, want doorheen de jaren zijn lacunes en probleempunten in de interpretatie van de wet naar boven gekomen. Bovendien heeft een wetsverandering rechtstreeks impact op 1,8 miljoen mensen die zich in België vrijwillig inzetten en op de vele organisaties die draaien op vrijwilligers, ook in de brede erfgoedsector. Geen klein bier dus.

Om dit niet onopgemerkt te laten voorbijgaan, organiseert ‘de Verenigde Verenigingen’ als samenwerkingsverband van middenveldorganisaties in Vlaanderen in aanloop naar de Week van de Vrijwilliger een politiek debat over de vrijwilligerswet.

Vanuit OCE willen we aan de sector om aandacht vragen voor dit debat. Vrijwilligers nemen immers in het erfgoedveld een belangrijke, zo niet onmisbare plaats in. Het lijkt OCE dan ook aangewezen dat we de ontwikkelingen op dit vlak aandachtig volgen.

De Verenigde Verenigingen signaleert de volgende ontwikkelingen. De afgelopen jaren bogen verschillende sectororganisaties zich al over de belangrijkste knelpunten en schoven ze ook suggesties naar voor. Er zijn ook al tal van parlementaire initiatieven geweest rond één of meerdere aspecten in de vrijwilligerswet. Zo gaan er geregeld stemmen op om de plafondbedragen van de kostenvergoeding in de vrijwilligerswet te verhogen. Of om de meldingsplicht te herbekijken voor bijvoorbeeld werklozen die vrijwilligerswerk willen doen. Of om administratieve rompslomp maximaal te digitaliseren. Of om controle op vrijwilligerswerk te verstevigen.

Hoe positioneren de democratische politieke partijen zich in deze kwesties? Waar leggen middenveldorganisaties de klemtoon op? Waar is er eenduidigheid en welke knopen moeten nog ontward worden?

Kom het te weten op 1 maart, tussen 18u en 21u in Brussel. Meer info volgt snel, maar verzeker u alvast van een plaatsje en schrijf je in via de website van ‘de Verenigde Verenigingen’.