Parlementaire Stage: OCE was erbij!

OCE kreeg in 2017 voor een eerste keer de kans om deel te nemen aan een parlementaire stage in het Vlaams Parlement en stuurde haar kersverse beleidsmedewerker Lise. Op het programma stond een heus inleefbad met een parlementslid als meter of peter, de kans om in debat te gaan met minister Sven Gatz, het volgen van verschillende commissievergaderingen, waarbij deze van cultuur uiteraard niet kon ontbreken en tot slot een zeer uitgebreide rondleiding over de communicatiewerking van het Vlaams Parlement.

OCE benadrukte in het debat met minister Sven Gatz en de andere organisaties het belang van de beloofde inhaaloperatie voor cultureel erfgoed.

OCE voert actie voor beloofde financiële inhaaloperatie op infomoment 27 juni 2017

Voorzitter van OCE Jan De Maeyer nam na de informatiesessie aanvragen werkingssubsidies het woord als ‘belleman’ van dienst. OCE vraagt als vertegenwoordiger van de gehele sector tijdens het sectormoment aandacht voor het nijpende financiële tekort in de culturele erfgoedsector.

OCE roept beleidsmedewerkers en creatieve geesten uit de sector op om mee te werken aan acties die onze roep om meer middelen kracht kunnen bij zetten. Aarzel niet en sluit u aan bij onze werkgroep. Ideeën voor acties zijn steeds welkom en worden verzameld via het e-mailadres info@overlegcultureelerfgoed.be.

Overlegplatform voor erfgoedbibliotheken

Op maandag 8 mei was OCE uitgenodigd op het Overlegplatform voor erfgoedbibliotheken in AMUZ te Antwerpen. Dat is een gezamenlijk initiatief van de Vlaamse Erfgoedbibliotheek in samenwerking met de Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief en Documentatiewezen (VVBAD). Het overlegplatform is een open vergadering die kan bijgewoond worden door alle medewerkers van erfgoedbibliotheken in Vlaanderen en Brussel. Via deze jaarlijkse bijeenkomst willen zij voeling houden met wat er leeft binnen haar cultureel-erfgoedgemeenschap. Daarbij is er ruimte voor debat, maar ook tijd om te luisteren naar de verzuchtingen, noden en wensen van bewaarbibliotheken in Vlaanderen.

De voorzitter van de Vlaamse Erfgoedbibliotheek Mel Collier verwelkomde alle deelnemers en leidde het goed gevulde programma in. In de voormiddag kwamen verschillende onderwerpen aan bod: een lezing van Theo Vermeulen, die vanuit zijn ervaring sprak over diefstal in bibliotheken en hoe deze te voorkomen. Vervolgens mocht Anne-Cathérine Olbrechts van FARO de gloednieuwe calamiteitendatabank voor Vlaanderen DICE in primeur voorstellen. David Coppoolse van de Vlaamse erfgoedbibliotheek gaf een lezing over de verbeterplannen met betrekking tot de Collectiewijzer. Het team van de Vlaamse Erfgoedbibliotheek legde vervolgens haar voorstellen voor het nieuwe beleidsplan voor aan de verzamelde erfgoedbibliothecarissen. Tot slot was het de beurt aan Eva Wuyts (Vlaamse Erfgoedbibliotheek, OCE) en Bruno Vermeeren (VVBAD, OCE). Zij presenteerden het nieuwe cultureel-erfgoeddecreet en de kansen die hieraan verbonden zijn voor erfgoedbibliotheken.

Na de lunch ging het programma verder in het recent vernieuwde Museum Plantin-Moretus. De deelnemers hadden de keuze uit drie sessies. Odette Peterink (Museum Plantin-Moretus) lichtte toe hoe het museum typografisch en papieren erfgoed ontsluit voor individuen en groepen. Kris Geysen van het museum had het over het diversiteits- en duurzaamheidsbeleid. Erwin Marcisz (Provinciale Bibliotheek Limburg) en David Coppoolse (Vlaamse Erfgoedbibliotheek) een toelichting geven over de interactieve tentoonstelling Conn3ct. Die expo vergelijkt het zestiende-eeuwse boek met sociale media vandaag. Conn3ct fungeert zelf als een sociaal medium waarbinnen je je meningen en voorkeuren deelt met andere bezoekers. Noem het gerust een expo 2.0! De Provinciale Bibliotheek Limburg ontwikkelde in het kader van de tentoonstelling Conn3ct verschillende educatieve pakketten en kwamen deze voorstellen.

De dag werd afgerond met een rondleiding door directeur Iris Kockelberg en haar team doorheen de vernieuwde opstelling van het museum en een receptie waarop kon genetwerkt en nagekaart worden.

Een uitgebreider verslag en de presentaties vindt u hier.

De Visienota Cultureel Erfgoed – hoorzitting

Op donderdag 20 april 2017 werden de SARC-sectorraad Kunsten en Erfgoed (vertegenwoordigd door Jorijn Neyrinck), de VVSG (vertegenwoordigd door Hilde Plas) en de belangenbehartiger OCE (vertegenwoordigd door Jan De Maeyer) uitgenodigd door de Commissie Cultuur om hun standpunten betreffende de visienota Cultureel Erfgoed te komen toelichten. Het is de eerste keer dat er een strategische visienota in een cultureel-erfgoeddecreet wordt ingeschreven.

De visienota bundelt de strategische visie van minister Sven Gatz en de beleidsaccenten die hij aan de hand van het decreet wil leggen. Daarin staan vier krachtlijnen centraal: het versterken van collecties in Vlaanderen, het verbinden van materieel en immaterieel erfgoed, meer samenwerking en dus minder versnippering binnen de cultureel-erfgoedsector en tot slot een brede participatie en diversiteit. De minister wil daarnaast inzetten op een dynamisch cultureel-erfgoedbeleid aan de hand van specifieke projectsubsidies.

OCE nam de kans om op deze hoorzitting te spreken. Als spreekbuis voor de hele sector, verzamelde zij van 7 subsectoren informatie. Deze informatie vindt u hier:

Bezorgdheden van SARC

Als eerste spreker nam Jorijn Neyrinck van de SARC het woord. De visienota is bij de SARC-sectorraad positief ontvangen, hoewel ze wezen op het belang van het scherp stellen van de tekst. De sectorraad heeft daarbij vier grote bezorgdheden: omtrent de sectorale organisatie, de cultuurbrede visie, het complementair beleid en de slaagkans van het cultureel-erfgoeddecreet.

Betreft de sectorale organisatie bemerkte de SARC dat de ambitie om een performantere en minder versnipperde cultureel-erfgoedsector te verkrijgen niet echt in de visienota naar voren komt. Ook het belang van het landelijke steunpunt wordt nog te weinig verduidelijkt, net als de reorganisatie van de provinciale rollen, de middelen en de timing van het depotbeleid.

Ook stelde SARC dat de plaats van erfgoed in de cultuurbrede visie erg onduidelijk is. Vooral het digitaliseringsbeleid, waarvoor hoge verwachtingen van innovatie op de sector worden gelegd, werd weinig vernoemd in de visienota en dit schept onduidelijkheid over de praktische uitwerking ervan. Daarnaast lijkt eveneens de toekomst voor de sectorale steunpunten onbeslist.

Een derde bezorgdheid van SARC is dat de visienota weinig ankerpunten aanreikt om het complementaire beleid dat de minister voor ogen heeft ook daadwerkelijk in de praktijk om te zetten. Er is onder meer extra aandacht nodig voor de samenwerking met het Brussels Gewest en er worden te weinig tools aangereikt voor de samenwerking met andere beleidsdomeinen. Ook het internationale luik kwam in de visienota te weinig aan bod en zou beter uitgewerkt moeten worden.

Tot slot haalde Jorijn aan dat de slaagkans van het decreet afhankelijk zal zijn van bijkomende budgettaire ruimte, een punt waar ook VVSG en OCE het over eens zijn. Er is meer financiële ademruimte nodig om alle uitdagingen van het nieuwe decreet en de visienota het hoofd te kunnen bieden, maar vooraleer men daaraan kan beginnen, moet er een financiële inhaalbeweging gebeuren voor de basiswerking.

VVSG en de dienstverlenende rol van de lokale besturen

In het kader van het complementair beleid, werd ook de VVSG uitgenodigd op de hoorzitting. Hilde Plas gaf de meerwaarde van de visienota aan door te benadrukken dat het om een inspanningsverbintenis gaat naar de besturen toe, de instellingen en organisaties, de projecten en de huidige (en toekomstige-) legislatuur. De VVSG onderschrijft de hoofddoelstelling en de inhoudelijke uitdagingen die de visienota voorop stelt, maar heeft net als SARC enkele bezorgdheden.

De eerste daarvan betreft de scheiding van collectiegerichte functies en dienstverlenende rollen. De VVSG wil eerder een vermenging van functies en rollen dan een scheiding. Deze vermenging zou bovendien aansluiten op het complementair beleid en zou ook het lokale belang van dat beleid onderstrepen. De visienota spreekt over een “landelijke dienstverlenende rol” maar heeft daarbij te weinig oog voor het regionale niveau.

Niet alleen de afstemming van het beleid tussen het Vlaamse en het lokale niveau is een bezorgdheid van VVSG, ook de transversale samenwerking werd door Hilde aangehaald als werkpunt. Als een transversaal beleid geambieerd wordt, dan moeten er meer concrete hefbomen komen voor de samenwerking met andere beleidsdomeinen.

Hoewel de visienota een goede verbinding is tussen het regionale niveau en het internationale niveau, blijft er weinig aandacht voor niet-gesubsidieerde besturen. Zij worden niet erkend in de visienota, maar hebben wel hun eigen erfgoedwerking. De nadruk ligt in de visienota vooral op de regionale dienstverlenende rol van convenanten.

Het OCE reageert sceptisch

Als derde spreker benadrukte Jan De Maeyer het standpunt van belangenbehartiger OCE. Hij stelde dat de visienota enkele nobele doelen heeft, maar daarnaast zijn er ook heel wat aandachtspunten en mogelijke gemiste kansen waar OCE graag op zou wijzen. OCE spreekt daarom eerder van een ‘voortgangsnota’ dan van een ‘strategische visienota’

De eerste daarvan, die reeds bij SARC aangehaald werd, is de blijvende onduidelijkheid over de rol van de bovenbouw (FARO) en de afslanking van de provincies. Vooral wat betreft de bovenbouw, wees Jan op de noodzaak aan know how die niet enkel in grote musea aanwezig is. Bovendien is ook de visie op het complementair beleid weinig duidelijk, net als het statuut van de visienota en de visieontwikkeling op sectorniveau.

In de sector zelf is er veel scepticisme over de beloftes voor een uitbreiding van de financiële middelen. Zonder extra middelen is de nota echter onuitvoerbaar. Net als SARC, wees Jan hier op het gebrek aan financiële ruimte voor de ambities van experiment en innovatie die het nieuwe decreet en de bijbehorende visienota voorop stellen. Bovendien moet er meer transparantie komen naar de instellingen toe over het toekennen van middelen en subsidies. Er wordt van de sector verwacht dat ze zullen zoeken naar aanvullende financiering, onder meer via crowdfunding, maar deze verwachting is echter erg onrealistisch. Hoewel crowdfunding een zekere betrokkenheid en participatie van het publiek kan teweegbrengen, is het echter erg belangrijk om niet alle beslissingsmacht bij dat publiek te leggen. De participatie van het publiek omtrent het bijhouden of vernietigen van bepaalde collecties staat namelijk haaks op de verwetenschappelijking en de professionalisering waar de sector al jaren mee bezig is. Wat zal er namelijk gebeuren met erfgoed waar weinig (financiële) aandacht voor is?

Men moet opletten dat participatie geen nieuw dogma wordt. Bezoekersaantallen als criterium hebben bijvoorbeeld weinig tot niets te maken met participatie. Bovendien maakt de tijd van fysieke bezoekers stilaan steeds meer plaats voor het digitale tijdperk met virtuele bezoekers. Net als SARC benadrukte OCE hier dat het digitaliseringsbeleid echter voor erg veel onduidelijkheid zorgt (net als het depotbeleid).

Op vlak van complementair beleid en de samenwerking tussen beleidsdomeinen, onderstreepte Jan De Maeyer de zwakke positie van dienstverlenende en collectiebeherende organisatie die geen lokaal bestuur als inrichtende macht hebben. Bovendien is OCE het eens met de VVSG dat er te weinig aandacht werd geschonken aan de sterke lokale verankering van dit complementair beleid en dat de minister weinig verduidelijkt over de samenwerking binnen de erfgoedsector en met de Federale Wetenschappelijke Instellingen. Daarbij lijkt het momenteel alsof er zich een volledig parallelle structuur ontwikkelt voor de archieven op vlak van digitaal archiefbeheer, wat weinig efficiënt is, ook op financieel vlak.

Het OCE stond ook stil bij de visie over immaterieel erfgoed te herbekijken. Hoewel er hoop is op een krachtige en vernieuwende visie op de toekomstige ICE-werking, vertrekt de visienota nog sterk vanuit bestaande netwerken en instrumenten. Bovendien dreigen immateriële collecties van culturele archieven uit het oog te verliezen als zij geen ruimte krijgen om hierover een eigen werking te ontwikkelen die kan aansluiten op de ICE-werking.

Conclusie

Tijdens de hoorzitting kwam vooral naar voren dat er nog meer verduidelijking nodig is vooraleer men kan komen tot een krachtige en duurzame tekst. Men moet er daarbij over waken dat de (niet-gesubsidieerde) lokale besturen en de zwakke positie van enkele organisaties niet over het hoofd worden gezien. De instellingen moeten ondersteuning krijgen en de nieuwe regels geleidelijk kunnen implementeren, rekening houdend met de eigenheid van de instelling. Er zouden daarnaast meer middelen moeten worden vrijgemaakt om de ambities van de visienota en het decreet te kunnen waarmaken. Het OCE heeft ondertussen alvast een uitnodiging ontvangen voor een bijkomend gesprek op het kabinet. Wordt dus zeker vervolgd.

Verslag geschreven door Shana Ludikhuyze.

OCE uitgenodigd voor een parlementaire stage in het Vlaams Parlement

Het Vlaams Parlement organiseert driemaal per jaar een tweedaagse parlementaire stage voor organisaties uit het zogenaamde ruime Vlaamse middenveld.

Het Vlaams Parlement wil via die stages de verstandhouding tussen de organisaties uit het middenveld en politiek verbeteren. Bedoeling is inzicht te geven in de besluitvorming van de overheid, de werking van het Vlaams Parlement en de rol van een Vlaams parlementslid. Iedere deelnemer krijgt tijdens deze 2 dagen een Vlaamse volksvertegenwoordiger als meter of peter toegewezen.

In juni 2016 organiseerde het Vlaams Parlement in samenwerking met de Commissie Cultuur van het Vlaams Parlement al een dergelijke stage voor de brede culturele sector.

OCE is dan ook blij met de kans die het Vlaams Parlement aanbiedt en grijpt deze met twee handen. Kersvers beleidsmedewerker Lise Vandecruys zal op 13 en 22 juni verwacht worden in het Vlaams Parlement en zal ondergedompeld worden in de wereld van ons Vlaamse cultuurbeleid. Verslag over deze stage, leest u ongetwijfeld in één van onze nieuwsbrieven en op onze website.

Nieuwe deeltijds medewerker OCE

Nieuwe medewerker Lise Vandecruys

Je kon het in onze vorige nieuwsbrief al lezen, maar sinds januari 2017 heeft OCE een deeltijds medewerker aangenomen. Lise Vandecruys staat OCE bij op administratief en beleidsmatig vlak. Lise studeerde in het jaar 2015 af als Master geschiedenis (optie Nieuwste Tijd) aan de KULeuven en behaalde haar Bachelor in het middelbaar onderwijs in 2012.  In 2016 combineerde ze verschillende interims in het middelbaar onderwijs met een coördinerende functie bij het straatkunstenfestival Trezart. Daar ondersteunde ze de vrijwilligerswerking en werkte ze mee aan het logistieke en artistieke luik van het festival. Sinds januari 2017 werkt ze ook als vaste stafmedewerker bij de VVBAD. Je kan haar bereiken via het e-mailadres info@overlegcultureelerfgoed.be.

Naar een versterkt regionaal erfgoedweefsel. Denk- en inspiratiedag op 15 juni!

Op deze denk- en inspiratiedag brengen FARO. Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed, ICOM-Vlaanderen en OCE erfgoedcellen, musea, archieven en erfgoedbibliotheken samen om over de toekomst van regionale samenwerking na te denken en te discussiëren. We reiken u handvatten aan om de regionale samenwerking tussen collectiebeherende organisaties en erfgoedcellen te versterken. Vijf praktijkvoorbeelden geven u inzicht hoe een regionale samenwerking kan groeien. Wat kan het onderwerp, maar ook de intensiteit en levenscyclus zijn van zo een samenwerking? En hoe wordt het begrip ‘regionaal’ in deze voorbeelden ingevuld?

Waarom u aan deze dag moet deelnemen?

  • Erfgoedcellen, archieven, erfgoedbibliotheken en musea uit eenzelfde regio zijn geen onbekenden voor elkaar. Toch is het interessant om te horen hoe de samenwerking in andere regio’s groeit. Het kan inspiratie bieden om de samenwerking in de eigen regio te versterken of op een nieuw leest te schoeien.
  • Erfgoedcellen leren wat er op de agenda staat van collectiebeherende organisaties en omgekeerd.
  • De dag biedt inspiratie aan collectiebeherende organisaties die een aanvraag voorbereiden om regionaal te worden erkend op basis van het nieuwe Cultureel-erfgoeddecreet.
  • Met dit initiatief sluiten we aan bij actuele discussies over regionaal cultuurbeleid, regionale dienstverlening en intergemeentelijk samenwerken.

Afspraak op 15 juni 2017 vanaf 9.30u. bij FARO, Priemstraat 51, 1000 Brussel. Inschrijven en meer informatie vindt u hier.

Visies van OCE in samenspraak met de subsectoren voor de uitvoeringsbesluiten van het Cultureel-Erfgoeddecreet 2016

Op vraag van het kabinet van Cultuur en het Departement Kunsten & Erfgoed hebben de verschillende subsectoren en ook OCE nagedacht over een aantal insteken voor de toekomstige uitvoeringsbesluiten. Op basis van de reacties van de zeven deelsectoren waaruit Overleg Cultureel Erfgoed bestaat, zijn de volgende visies geformuleerd.

In wat volgt kan u vinden:

  1. Een preambule, voorafgaand aan
  2. De visie/bedenkingen/vragen van de verschillende subsectoren

1.    Preambule

– Enerzijds waarderen OCE en de verschillende subsectoren de uitnodiging om mee na te denken over criteria en uitvoeringsbesluiten, anderzijds willen we toch stellen dat het niet aan de sector is de criteria als dusdanig te bepalen. Dit komt het kabinet en het Departement toe. Wat volgt zijn dan ook insteken, voorstellen, suggesties waarover verdere dialoog kan worden ontwikkeld.

– De sector heeft nood aan meer flexibiliteit en autonomie binnen de criteria, daarom pleit OCE samen met de subsectoren voor een generieke benadering van de maatstaven. Criteria mogen niet worden verabsoluteerd. De sector pleit er voor dat de kwaliteit boven de kwantiteit moet komen bij de beoordeling.

– OCE pleit ook samen met de subsectoren voor zorgvuldig samengestelde beoordelingscommissies en deze moeten voldoende flexibel te werk kunnen gaan (wat verder ook nog aan bod komt).

– Samen met de subsectoren pleit OCE voor een subsectorale behandeling van de dossiers, dit in de lijn van de voorliggende nota’s. Daarbij kunnen de beoordelingscommissies zowel de subsectorale landelijke als regionaal ingedeelde organisaties beoordelen. (Wij pleiten in het geval van de regionaal collectiebeherende organisaties dat we voortaan de term ‘bovenlokaal’ hanteren, zie verder.)

– Samen met de subsectoren kiest OCE voor commissies die in meerderheid (overwicht) zijn samengesteld uit experten uit de betrokken subsector. In de geest van de conceptnota, het decreet en allicht ook de visienota van minister Gatz lijkt de geopperde gedachte om ook een aantal experten uit andere subsectoren toe te voegen interessant, maar deze dienen dan duidelijk in mindere mate te worden toegevoegd. Eventueel kunnen ook experten of representatieve personen uit het sociaal-cultureel werk, kunsten, welzijn en/of onderwijs worden aangezocht.

– De beoordelingscommissies die de rollen of ICE beoordelen, mogen in de ogen van de subsectoren en OCE niet geïsoleerd werken. Deze beoordelingscommissies moeten voldoende overleg plegen/afstemmen met de andere beoordelingscommissies, zeker in het geval van de collectiebeherende organisaties. Deze taak zou best worden opgenomen door de ACCE (adviescommissie) te meer daar de voorzitters van de verschillende BC’s in zetelen. In de commissie rollen en ICE moet een visie op de hele sector aanwezig zijn, bijvoorbeeld dienstverlening is immers transsectoraal.

– Als de pool van experten zou worden samengesteld via www.iedereenkanzetelen.be, dan pleiten we vanuit OCE en de subsectoren uitdrukkelijk voor voldoende deskundigheid: de kandidaten moeten beoordeeld worden op hun expertise en praktijkervaring. Tevens moeten zij visie bezitten en het volledige veld overzien. Het is evident dat ze daarenboven representatief/deskundig moeten zijn voor de subsector waartoe ze worden gerekend. De commissie ICE zou best internationaal worden aangevuld, eventueel via www.iedereenkanzetelen.be.

– Als er voor de beoordelingscommissies gaat worden gewerkt met www.iedereenkanzetelen.be, dan wil OCE dit ondersteunen door een oproep te doen naar bevoegde experten via haar achterban/de subsectoren.

– OCE vraagt samen met de subsectoren naar een heldere definitie van het begrip “aanvullende financiering”. Die verwerven is immers in de erfgoedsector niet gemakkelijk of evident. Voor sommige subsectoren is dit eenvoudiger dan voor andere. Het hanteren van iets als een percentage lijkt ons dan ook uit den boze. Het mag ook geen vestzak-broekzak operatie worden tussen actoren in de erfgoedsector. De publieke inbreng moet ook volledig worden verrekend. Instrumenten als indemniteitsregeling en fiscale aftrekbaarheid moeten mee kunnen worden ingezet. In dit kader stellen we de vraag of er trouwens geen tegenspraak kan ontstaan tussen aanvullende financiering en een participatieve aanpak.

– Hoger vraagt OCE samen met de collega’s uit de ‘regionale’ collectiebeherende organisaties naar een bezinning over het gebruik van de term ‘regionaal’. ‘Bovenlokaal’ lijkt ons correcter en helderder. Er is immers niet altijd een regionale afbakening, de werking kan bijvoorbeeld thematisch over heel Vlaanderen gaan, maar de organisatie bezit daarom nog geen landelijk profiel.

– OCE stelt zich samen met de subsectoren vragen bij het watervalsysteem. Als een organisatie een landelijke status ambieert, maar deze niet wordt toegekend, daalt deze organisatie dan automatisch naar het ‘regionale’ (lees bovenlokale) niveau? Of moet de hele procedure, weliswaar in een andere subcategorie, worden overgedaan? Of komen organisaties die niet in aanmerking komen voor een landelijk statuut, bijgevolg dan ook niet in aanmerking voor een regionaal statuut, gezien er geen volgende indiendatum is voorzien na eind 2017/begin 2018? Kunnen deze organisaties dan via de dynamische ruimte nog middelen verkrijgen voor landelijke en/of regionale werking?

– OCE en de subsectoren pleiten er voor het digitale te laten terugkomen bij elke functie. Bij de depotwerking moet samenwerking een aandachtspunt worden.

– Gesco en DAC-middelen moeten in de sector/subsector behouden blijven. De betrokken organisaties moeten een voldoende lange overgangsperiode krijgen om hun personeelskader aan te passen.

2.    Nota’s van de subsectoren

  1. Visie van de erfgoedcellen en stedelijke erfgoedcoördinatoren – Regionale rollen
  2. Visies van de LEOV’s en samenwerkingsverbanden – Landelijke dienstverlenende rollen
  3. Gezamenlijke visies landelijk en regionaal ingedeelde archieven
  4. Gezamenlijke visies landelijk en regionaal ingedeelde musea
  5. Visie van de erfgoedbibliotheken
  6. Visies vanuit Tapis Plein en het ICE-trekkersnetwerk

OPGELET: datumwijziging voor het debat over de herziening van de Vrijwilligerswet

OCE kreeg volgend bericht aan van de ‘Verenigde Verenigingen’, die aandacht willen vragen voor de herziening aan de vrijwilligerswet:

“In aanloop naar de Week van de Vrijwilliger organiseert ‘de Verenigde Verenigingen’ op woensdag 1 maart een politiek debat over de herziening van de vrijwilligerswet. Door omstandigheden -buiten onze wil- zijn we genoodzaakt om het geplande debat op 1 maart over de herziening van de vrijwilligerswetgeving te annuleren.

Maar niet getreurd. Exact één week later – op woensdag 8 maart, middenin de Week van de Vrijwilliger – vonden we voldoende politici bereid om deel te nemen aan dit debat. Intussen bewoog er ook al één en ander op het wetgevende vlak. Bevoegd federaal minister De Block bespreekt haar wetsontwerp de komende dagen met haar collega’s en Vlaams minister van Sport Muyters legde aan zijn Vlaamse collega’s een visienota voor over de invoering van een statuut voor ‘semi-agorale arbeid voor sportbegeleiders’. Beide komen op 8 maart zeker aan bod, gevolgd door een debat met parlementsleden en hopelijk ook met u.

Het debat vindt plaats in de Boudewijnzaal van de KVAB tussen 18u en 20u30.

Je vindt het bericht hier op de website van de Verenigde Verenigingen. Inschrijven kan hier. Welkom!”