OCE uitgenodigd voor een parlementaire stage in het Vlaams Parlement

Het Vlaams Parlement organiseert driemaal per jaar een tweedaagse parlementaire stage voor organisaties uit het zogenaamde ruime Vlaamse middenveld.

Het Vlaams Parlement wil via die stages de verstandhouding tussen de organisaties uit het middenveld en politiek verbeteren. Bedoeling is inzicht te geven in de besluitvorming van de overheid, de werking van het Vlaams Parlement en de rol van een Vlaams parlementslid. Iedere deelnemer krijgt tijdens deze 2 dagen een Vlaamse volksvertegenwoordiger als meter of peter toegewezen.

In juni 2016 organiseerde het Vlaams Parlement in samenwerking met de Commissie Cultuur van het Vlaams Parlement al een dergelijke stage voor de brede culturele sector.

OCE is dan ook blij met de kans die het Vlaams Parlement aanbiedt en grijpt deze met twee handen. Kersvers beleidsmedewerker Lise Vandecruys zal op 13 en 22 juni verwacht worden in het Vlaams Parlement en zal ondergedompeld worden in de wereld van ons Vlaamse cultuurbeleid. Verslag over deze stage, leest u ongetwijfeld in één van onze nieuwsbrieven en op onze website.

Nieuwe deeltijds medewerker OCE

Nieuwe medewerker Lise Vandecruys

Je kon het in onze vorige nieuwsbrief al lezen, maar sinds januari 2017 heeft OCE een deeltijds medewerker aangenomen. Lise Vandecruys staat OCE bij op administratief en beleidsmatig vlak. Lise studeerde in het jaar 2015 af als Master geschiedenis (optie Nieuwste Tijd) aan de KULeuven en behaalde haar Bachelor in het middelbaar onderwijs in 2012.  In 2016 combineerde ze verschillende interims in het middelbaar onderwijs met een coördinerende functie bij het straatkunstenfestival Trezart. Daar ondersteunde ze de vrijwilligerswerking en werkte ze mee aan het logistieke en artistieke luik van het festival. Sinds januari 2017 werkt ze ook als vaste stafmedewerker bij de VVBAD. Je kan haar bereiken via het e-mailadres info@overlegcultureelerfgoed.be.

Naar een versterkt regionaal erfgoedweefsel. Denk- en inspiratiedag op 15 juni!

Op deze denk- en inspiratiedag brengen FARO. Vlaams steunpunt voor cultureel erfgoed, ICOM-Vlaanderen en OCE erfgoedcellen, musea, archieven en erfgoedbibliotheken samen om over de toekomst van regionale samenwerking na te denken en te discussiëren. We reiken u handvatten aan om de regionale samenwerking tussen collectiebeherende organisaties en erfgoedcellen te versterken. Vijf praktijkvoorbeelden geven u inzicht hoe een regionale samenwerking kan groeien. Wat kan het onderwerp, maar ook de intensiteit en levenscyclus zijn van zo een samenwerking? En hoe wordt het begrip ‘regionaal’ in deze voorbeelden ingevuld?

Waarom u aan deze dag moet deelnemen?

  • Erfgoedcellen, archieven, erfgoedbibliotheken en musea uit eenzelfde regio zijn geen onbekenden voor elkaar. Toch is het interessant om te horen hoe de samenwerking in andere regio’s groeit. Het kan inspiratie bieden om de samenwerking in de eigen regio te versterken of op een nieuw leest te schoeien.
  • Erfgoedcellen leren wat er op de agenda staat van collectiebeherende organisaties en omgekeerd.
  • De dag biedt inspiratie aan collectiebeherende organisaties die een aanvraag voorbereiden om regionaal te worden erkend op basis van het nieuwe Cultureel-erfgoeddecreet.
  • Met dit initiatief sluiten we aan bij actuele discussies over regionaal cultuurbeleid, regionale dienstverlening en intergemeentelijk samenwerken.

Afspraak op 15 juni 2017 vanaf 9.30u. bij FARO, Priemstraat 51, 1000 Brussel. Inschrijven en meer informatie vindt u hier.

Visies van OCE in samenspraak met de subsectoren voor de uitvoeringsbesluiten van het Cultureel-Erfgoeddecreet 2016

Op vraag van het kabinet van Cultuur en het Departement Kunsten & Erfgoed hebben de verschillende subsectoren en ook OCE nagedacht over een aantal insteken voor de toekomstige uitvoeringsbesluiten. Op basis van de reacties van de zeven deelsectoren waaruit Overleg Cultureel Erfgoed bestaat, zijn de volgende visies geformuleerd.

In wat volgt kan u vinden:

  1. Een preambule, voorafgaand aan
  2. De visie/bedenkingen/vragen van de verschillende subsectoren

1.    Preambule

– Enerzijds waarderen OCE en de verschillende subsectoren de uitnodiging om mee na te denken over criteria en uitvoeringsbesluiten, anderzijds willen we toch stellen dat het niet aan de sector is de criteria als dusdanig te bepalen. Dit komt het kabinet en het Departement toe. Wat volgt zijn dan ook insteken, voorstellen, suggesties waarover verdere dialoog kan worden ontwikkeld.

– De sector heeft nood aan meer flexibiliteit en autonomie binnen de criteria, daarom pleit OCE samen met de subsectoren voor een generieke benadering van de maatstaven. Criteria mogen niet worden verabsoluteerd. De sector pleit er voor dat de kwaliteit boven de kwantiteit moet komen bij de beoordeling.

– OCE pleit ook samen met de subsectoren voor zorgvuldig samengestelde beoordelingscommissies en deze moeten voldoende flexibel te werk kunnen gaan (wat verder ook nog aan bod komt).

– Samen met de subsectoren pleit OCE voor een subsectorale behandeling van de dossiers, dit in de lijn van de voorliggende nota’s. Daarbij kunnen de beoordelingscommissies zowel de subsectorale landelijke als regionaal ingedeelde organisaties beoordelen. (Wij pleiten in het geval van de regionaal collectiebeherende organisaties dat we voortaan de term ‘bovenlokaal’ hanteren, zie verder.)

– Samen met de subsectoren kiest OCE voor commissies die in meerderheid (overwicht) zijn samengesteld uit experten uit de betrokken subsector. In de geest van de conceptnota, het decreet en allicht ook de visienota van minister Gatz lijkt de geopperde gedachte om ook een aantal experten uit andere subsectoren toe te voegen interessant, maar deze dienen dan duidelijk in mindere mate te worden toegevoegd. Eventueel kunnen ook experten of representatieve personen uit het sociaal-cultureel werk, kunsten, welzijn en/of onderwijs worden aangezocht.

– De beoordelingscommissies die de rollen of ICE beoordelen, mogen in de ogen van de subsectoren en OCE niet geïsoleerd werken. Deze beoordelingscommissies moeten voldoende overleg plegen/afstemmen met de andere beoordelingscommissies, zeker in het geval van de collectiebeherende organisaties. Deze taak zou best worden opgenomen door de ACCE (adviescommissie) te meer daar de voorzitters van de verschillende BC’s in zetelen. In de commissie rollen en ICE moet een visie op de hele sector aanwezig zijn, bijvoorbeeld dienstverlening is immers transsectoraal.

– Als de pool van experten zou worden samengesteld via www.iedereenkanzetelen.be, dan pleiten we vanuit OCE en de subsectoren uitdrukkelijk voor voldoende deskundigheid: de kandidaten moeten beoordeeld worden op hun expertise en praktijkervaring. Tevens moeten zij visie bezitten en het volledige veld overzien. Het is evident dat ze daarenboven representatief/deskundig moeten zijn voor de subsector waartoe ze worden gerekend. De commissie ICE zou best internationaal worden aangevuld, eventueel via www.iedereenkanzetelen.be.

– Als er voor de beoordelingscommissies gaat worden gewerkt met www.iedereenkanzetelen.be, dan wil OCE dit ondersteunen door een oproep te doen naar bevoegde experten via haar achterban/de subsectoren.

– OCE vraagt samen met de subsectoren naar een heldere definitie van het begrip “aanvullende financiering”. Die verwerven is immers in de erfgoedsector niet gemakkelijk of evident. Voor sommige subsectoren is dit eenvoudiger dan voor andere. Het hanteren van iets als een percentage lijkt ons dan ook uit den boze. Het mag ook geen vestzak-broekzak operatie worden tussen actoren in de erfgoedsector. De publieke inbreng moet ook volledig worden verrekend. Instrumenten als indemniteitsregeling en fiscale aftrekbaarheid moeten mee kunnen worden ingezet. In dit kader stellen we de vraag of er trouwens geen tegenspraak kan ontstaan tussen aanvullende financiering en een participatieve aanpak.

– Hoger vraagt OCE samen met de collega’s uit de ‘regionale’ collectiebeherende organisaties naar een bezinning over het gebruik van de term ‘regionaal’. ‘Bovenlokaal’ lijkt ons correcter en helderder. Er is immers niet altijd een regionale afbakening, de werking kan bijvoorbeeld thematisch over heel Vlaanderen gaan, maar de organisatie bezit daarom nog geen landelijk profiel.

– OCE stelt zich samen met de subsectoren vragen bij het watervalsysteem. Als een organisatie een landelijke status ambieert, maar deze niet wordt toegekend, daalt deze organisatie dan automatisch naar het ‘regionale’ (lees bovenlokale) niveau? Of moet de hele procedure, weliswaar in een andere subcategorie, worden overgedaan? Of komen organisaties die niet in aanmerking komen voor een landelijk statuut, bijgevolg dan ook niet in aanmerking voor een regionaal statuut, gezien er geen volgende indiendatum is voorzien na eind 2017/begin 2018? Kunnen deze organisaties dan via de dynamische ruimte nog middelen verkrijgen voor landelijke en/of regionale werking?

– OCE en de subsectoren pleiten er voor het digitale te laten terugkomen bij elke functie. Bij de depotwerking moet samenwerking een aandachtspunt worden.

– Gesco en DAC-middelen moeten in de sector/subsector behouden blijven. De betrokken organisaties moeten een voldoende lange overgangsperiode krijgen om hun personeelskader aan te passen.

2.    Nota’s van de subsectoren

  1. Visie van de erfgoedcellen en stedelijke erfgoedcoördinatoren – Regionale rollen
  2. Visies van de LEOV’s en samenwerkingsverbanden – Landelijke dienstverlenende rollen
  3. Gezamenlijke visies landelijk en regionaal ingedeelde archieven
  4. Gezamenlijke visies landelijk en regionaal ingedeelde musea
  5. Visie van de erfgoedbibliotheken
  6. Visies vanuit Tapis Plein en het ICE-trekkersnetwerk

OPGELET: datumwijziging voor het debat over de herziening van de Vrijwilligerswet

OCE kreeg volgend bericht aan van de ‘Verenigde Verenigingen’, die aandacht willen vragen voor de herziening aan de vrijwilligerswet:

“In aanloop naar de Week van de Vrijwilliger organiseert ‘de Verenigde Verenigingen’ op woensdag 1 maart een politiek debat over de herziening van de vrijwilligerswet. Door omstandigheden -buiten onze wil- zijn we genoodzaakt om het geplande debat op 1 maart over de herziening van de vrijwilligerswetgeving te annuleren.

Maar niet getreurd. Exact één week later – op woensdag 8 maart, middenin de Week van de Vrijwilliger – vonden we voldoende politici bereid om deel te nemen aan dit debat. Intussen bewoog er ook al één en ander op het wetgevende vlak. Bevoegd federaal minister De Block bespreekt haar wetsontwerp de komende dagen met haar collega’s en Vlaams minister van Sport Muyters legde aan zijn Vlaamse collega’s een visienota voor over de invoering van een statuut voor ‘semi-agorale arbeid voor sportbegeleiders’. Beide komen op 8 maart zeker aan bod, gevolgd door een debat met parlementsleden en hopelijk ook met u.

Het debat vindt plaats in de Boudewijnzaal van de KVAB tussen 18u en 20u30.

Je vindt het bericht hier op de website van de Verenigde Verenigingen. Inschrijven kan hier. Welkom!”

OCE vraagt uw aandacht voor de herziening van de Vrijwilligerswet

Een facelift voor de vrijwilligerswet: politici debatteren op woensdag 1 maart

In aanloop naar de Week van de Vrijwilliger organiseert ‘de Verenigde Verenigingen’ op woensdag 1 maart een politiek debat over de herziening van de vrijwilligerswet. De vrijwilligerswet dateert van 2005. Federaal Minister van Sociale Zaken De Block plant dit jaar een herziening ervan. Dat is goed nieuws, want doorheen de jaren zijn lacunes en probleempunten in de interpretatie van de wet naar boven gekomen. Bovendien heeft een wetsverandering rechtstreeks impact op 1,8 miljoen mensen die zich in België vrijwillig inzetten en op de vele organisaties die draaien op vrijwilligers, ook in de brede erfgoedsector. Geen klein bier dus.

Om dit niet onopgemerkt te laten voorbijgaan, organiseert ‘de Verenigde Verenigingen’ als samenwerkingsverband van middenveldorganisaties in Vlaanderen in aanloop naar de Week van de Vrijwilliger een politiek debat over de vrijwilligerswet.

Vanuit OCE willen we aan de sector om aandacht vragen voor dit debat. Vrijwilligers nemen immers in het erfgoedveld een belangrijke, zo niet onmisbare plaats in. Het lijkt OCE dan ook aangewezen dat we de ontwikkelingen op dit vlak aandachtig volgen.

De Verenigde Verenigingen signaleert de volgende ontwikkelingen. De afgelopen jaren bogen verschillende sectororganisaties zich al over de belangrijkste knelpunten en schoven ze ook suggesties naar voor. Er zijn ook al tal van parlementaire initiatieven geweest rond één of meerdere aspecten in de vrijwilligerswet. Zo gaan er geregeld stemmen op om de plafondbedragen van de kostenvergoeding in de vrijwilligerswet te verhogen. Of om de meldingsplicht te herbekijken voor bijvoorbeeld werklozen die vrijwilligerswerk willen doen. Of om administratieve rompslomp maximaal te digitaliseren. Of om controle op vrijwilligerswerk te verstevigen.

Hoe positioneren de democratische politieke partijen zich in deze kwesties? Waar leggen middenveldorganisaties de klemtoon op? Waar is er eenduidigheid en welke knopen moeten nog ontward worden?

Kom het te weten op 1 maart, tussen 18u en 21u in Brussel. Meer info volgt snel, maar verzeker u alvast van een plaatsje en schrijf je in via de website van ‘de Verenigde Verenigingen’.

OCE formuleert kanttekeningen over het Cultureel-erfgoeddecreet 2017

Op 17 januari 2017 was het OCE één van de sprekers op de hoorzitting over het nieuwe erfgoeddecreet. De keuzes die de Vlaamse Regering voor een duurzame cultureel-erfgoedwerking maakten, zetten aan tot een wijziging van het Cultureel erfgoeddecreet van 2012. Hiertoe diende de Vlaamse Regering een ontwerp van decreet in bij het Vlaams Parlement. De leden van de commissie hielden hierover een hoorzitting met Jorijn Neyrinck, ondervoorzitter sectorraad Kunsten en Erfgoed van de Strategische Adviesraad Cultuur (SARC), met Jan De Maeyer, voorzitter OCE en met Hilde Plas, stafmedewerker Kunsten, Cultuur en Erfgoed van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten.

OCE sloot zich aan bij de visie van SARC, mits enkele bedenkingen. Namens OCE werd waardering uitgedrukt over de gastvrijheid van het kabinet en het departement CJSM en over het werk dat gestoken is in de vernieuwende benadering van het nieuwe erfgoeddecreet sinds 2002. De geleverde inspanningen om tot een helder begrippenapparaat te komen worden enorm gewaardeerd. Vooral de inzet op collectiebeherende instellingen, met accenten op participatie, collectiewaardering en internationalisering en het creëren van een dynamische ruimte, wordt op prijs gesteld door OCE.

OCE stelde echter ook vragen bij het gebrek aan duidelijkere perspectieven voor verschillende aspecten die verbonden zijn met het erfgoeddecreet. Aspecten zoals de rol van de bovenbouw, digitalisering, depotwerking en de vrijwilligerswerking in de erfgoedsector zijn niet duidelijk gedefinieerd. Verder is OCE van mening dat de manier waarop het complementaire beleid tussen Vlaanderen en steden en gemeenten is opgevat voor een verschraling van het erfgoedveld zorgt. Zeker de regionale erfgoedwerking komt onder druk te staan. Dit is nadelig voor de kleinere spelers: het erfgoedlandschap is breder dan alleen de vandaag erkende en gesubsidieerde organisaties. Hier sluit het OCE zich volledig aan bij de bedenking van SARC. Het OCE is ook van mening dat het decreet enkel realiseerbaar is als elke organisatie toegang heeft tot financiële middelen en niet enkel de grote spelers. De vraag om organisaties die erfgoed niet als kerntaak hebben niet bij voorbaat uit te sluiten, keert niet enkel terug bij OCE, maar ook bij SARC. Er blijft een vaagheid tussen functies en rollen die instellingen kunnen opnemen, zonder zicht op helderheid. Het gekende pleidooi voor voldoende financiële middelen voor het erfgoeddecreet evenals voor transparantie betreffende een vooropgesteld budget, werd meermaals herhaald tijdens de hoorzitting door OCE en SARC.

Tot slot duidde OCE op de strakke timing van het decreet; om tot een duidelijk en transparant decreet te komen, is er meer tijd nodig. Deze bemerking kwam terug bij de drie vertegenwoordigers tijdens de hoorzitting.

We kijken uit naar donderdag 26 januari 2017, wanneer er gesprekken volgen tussen minister Sven Gatz en de commissie cultuur. Noteer alvast in je agenda. OCE verwijst u graag door naar de streaming van de commissie cultuur, waar u de volledige hoorzitting van 17 januari kan herbekijken. U vindt hier de presentatie van OCE.

Een stap dichter bij het nieuwe cultureel-erfgoeddecreet

Na het advies van de Raad van State, keurde de Vlaamse Regering op 2 december het ontwerp van het nieuwe cultureel-erfgoeddecreet goed. Het ontwerp van decreet kan nu ingediend worden in het Vlaams Parlement.

De teksten zijn beschikbaar op de website van Kunsten en Erfgoed. Op de site van de Vlaamse Regering vind je in de nota van Minister Sven Gatz het advies van de Raad van State.

 

OCE te gast op kabinet

Op 18 oktober was OCE te gast op het kabinet van cultuur voor de bespreking van de aanpassingen aan het voor ontwerp van het decreet. OCE kaartte vier punten aan:

  1. Het uitsluiten van organisaties die erfgoedwerking niet als kerntaak hebben.
    Het hek gaat dicht voor actoren die  erfgoedwerking niet als kerntaak hebben. Cofinanciering is het toverwoord om het erfgoed dat in andere beleidsdomeinen te vrijwaren. Helaas is daar geen aandacht voor erfgoedwerking omdat dát niet tot de kerntaak behoort. De openheid die het laatste decennium is gecreëerd dreigt weer verloren te gaan. OCE vraagt minstens steun om te komen tot een afstemming met de andere beleidsdomeinen. Omdat het voor het kabinet onduidelijk is wat hiervoor nodig zou zijn, wordt OCE gevraagd een voorstel uit te werken.
  1. Onduidelijkheid over depotwerking, digitalisering, vrijwilligerswerking en lokale werkingen.
    Tot nu toe had OCE nog geen antwoord op eerdere vragen over de toekomstige depotwerking, digitalisering en vrijwilligerswerking. Voor de beleidsplanning en onderlinge afstemmingen hebben de erfgoedorganisaties duidelijkere vooruitzichten nodig.
    De Vlaamse overheid neemt de rol van de provinciale depotwerking over, zowel de databanken als de consulentschappen. Voor de VGC blijft de depotwerking ingeschreven.
    Onlangs startte een haalbaarheidsonderzoek voor digitalisering. De resultaten hiervan zullen gekend zijn in april of mei. Indien nodig, wordt gewerkt met tussentijdse rapporten. OCE benadrukt dat de erfgoedsector hierin betrokken moet blijven en dat afstemming met de Vlaamse Coördinerende Archiefdienst nodig is.
    De lokale en bovenlokale belangen worden behandelt in het regiodecreet terwijl het zogenaamde regionale decreet focust op de persoonsgebonden materies van de provincies waartoe ook erfgoed behoort. Dit laatste staat volgend jaar op de politieke agenda van 2017. Het is de bedoeling de vele diverse regelingen/reglementen te analyseren en in de huidige provinciale reglementeringen de gemeenschappelijke noemers te zoeken.
  1. De beoordelingsprocedure
    Voor de werkingssubsidies blijft het systeem van beoordelingscommissie in voege. Het verhaalrecht zoals in het Kunstendecreet acht men niet meer haalbaar omwille van de werkdruk voor de organisaties en de administratie.
    Voor het beoordelen van projectaanvragen wordt binnen het departement cultuur een vergelijkende studie gemaakt. Andere afdelingen werken voor het toekennen van projectsubsidies met externen. OCE vindt het belangrijk dat experten die hierbij betrokken worden de sector wel kennen. Een duidelijk begrippenkader is alleszins essentieel.
  1. Krappe timing voor de erfgoedorganisaties.
    De procedures rond het gehele beslissingsproces maakt het onmogelijk om te schuiven met de timing. In de loop van het proces zijn al vertragingen opgetreden, bovendien is het moeilijk om in te schatten hoeveel aanvragen zullen binnenkomen. Het kabinet wil de dialoog aangaan, maar kan niet veel beloven.