Tagarchief: standpunten

OCE uitgenodigd door kabinet en administratie

OCE ging van harte in op de uitnodiging die we kregen van het Kabinet en de administratie na het  uiten van de bezorgdheden over het sectormoment van 4 februari.
Het was een constructief en positief gesprek.  Zowel kabinet als administratie apprecieerden de inbreng van het cultureel-erfgoedveld. OCE benadrukte dat de sector de betrokkenheid bij het gehele traject als positief waardeert, maar net ook verwachtingen schept. Het gesprek verduidelijkte dat het gaat om een conceptnota en dat de beleidslijnen die aan bod kwamen niet geïnterpreteerd mogen worden als een Memorie van Toelichting op een nieuw decreet. Het is ook jammer dat de decreten en herzieningen van de afgelopen jaren nooit een volledige uitrol hebben gekend. De conceptnota wil een kader bieden op lange termijn (zelfs voorbij 2030 zoals oorspronkelijk voorzien). Idealiter sluit hier ook een lange termijn begroting op aan.

 

Overleg Cultureel Erfgoed teleurgesteld over het sectormoment van februari

De cultureel-erfgoedsector waardeert het dat de Vlaamse overheid een participatief traject opzet met focusgroepen en sectormomenten dat moet leiden tot een visienota cultureel erfgoed. De tussentijdse resultaten die op 4 februari aan de sector werden voorgelegd zijn – ondanks de vele positieve accenten – globaal genomen echter ontgoochelend en leiden tot onrust en ongenoegen in de sector.

OCE, de belangenbehartiger van de cultureel-erfgoedsector, mist in de voorstellen alvast volgende essentiële elementen:
– Een visie op het complementair beleid: hoe zullen het lokale, het bovenlokale en het Vlaamse erfgoedbeleid in de toekomst op elkaar aansluiten?
– Een uitgewerkte visie op het beleid voor immaterieel cultureel erfgoed;
– Een duidelijke visie op de rol van dienstverlenende organisaties, zoals erfgoedcellen en expertisecentra, als actoren naast collectiebeherende instellingen en hun culturele erfgoedwerking;
– Een visie op de internationale verknoping, in het bijzonder op het Europese niveau.

OCE vreest dat de coherentie in het cultureel-erfgoedbeleid zoek raakt door de verschillende trajecten die naast elkaar gepland worden: de visienota’s over cultureel erfgoed en over digitalisering en e-cultuur, de plannen om een Vlaams gecoördineerd vrijwilligersbeleid onder te brengen bij het sociaal-cultureel werk, de verhouding tussen een nieuw cultureel-erfgoeddecreet en een nieuw decreet regionaal cultuurbeleid.

Als we de inzet van alle betrokkenen optellen, dan heeft de cultureel-erfgoedsector naar schatting zeker 12 arbeidsmaanden geïnvesteerd in het traject voor de visienota. Al deze mensen hebben op een constructieve en zelfs enthousiaste wijze aan dit traject meegewerkt. OCE verwacht dan ook dat deze input haar weerslag vindt in een nieuwe tekst die alle subsectoren van het culturele erfgoedveld over alle beleidsniveaus heen op een evenwichtige wijze verbindt en versterkt.

Cultureel-erfgoedsector erg bezorgd over de overdracht van provinciale bevoegdheden naar de Vlaamse of de lokale overheid


Opmerkingen van het Overleg Cultureel Erfgoed vzw (OCE) bij de beslissing van de Vlaamse regering van 17 juli 2015

Er heerst grote ongerustheid in de cultureel-erfgoedsector over de overdracht van provinciale bevoegdheden naar andere beleidsniveaus. De provincies leggen eigen beleidsaccenten, beheren belangrijke erfgoedinstellingen en hebben een decretale rol op vlak van cultureel erfgoed. Hierdoor zal de impact op de lokale, regionale en zelfs landelijke erfgoedsector groot zijn. OCE vzw, in maart 2015 opgericht als belangenbehartiger van de cultureel-erfgoedsector in Vlaanderen, moet als spreekbuis van de sector betrokken worden bij dit proces van bevoegdheidsoverdracht. De operatie mag in geen geval een besparingsoperatie zijn die ten koste gaat van de cultureel-erfgoedsector. Het is belangrijk dat de Vlaamse overheid snel transparantie brengt in dit dossier.

OCE vraagt concreet:

  • Overleg over de inventaris van provinciale taken en middelen
  • Duidelijke criteria voor de overdracht
  • Duidelijkheid over de verdere inzetbaarheid van het personeel voor het cultureel erfgoedveld
  • Duidelijkheid over regionale instellingen en organisaties
  • Behoud van laagdrempeligheid
  • Duidelijkheid over analoge en digitale depotwerking
  • Ondersteuning van de lokale erfgoedwerking
  • Duidelijkheid over de afspraken met VVSG en VVP

ERF140427_02Overleg over de inventaris van provinciale taken en middelen
De overdracht van bevoegdheden gebeurt op basis van een inventaris van provinciale taken en middelen. Deze is opgesteld door de provincies zelf zonder overleg te plegen met de sector. De inventaris die momenteel circuleert, is onvolledig met alle risico’s van dien. Deze moet aangevuld worden in overleg met het cultureel-erfgoedveld. De provincies hebben de voorbije jaren zeer diverse stimuli gegeven aan lokale, regionale en bovenlokale erfgoedwerkingen (door middel van subsidies voor werking, projecten,  investeringen, personele ondersteuning …). Alle door de provincie aangegane engagementen moeten gegarandeerd blijven.

Duidelijke criteria voor de overdracht
De criteria die bepalen aan welk bestuursniveau instellingen en bevoegdheden overgedragen zullen worden, zijn voor OCE niet transparant en worden niet consequent toegepast. Dat is in het bijzonder zo voor de scenario’s die circuleren voor de overdracht van provinciale instellingen. Voor enkele instellingen zijn blijkbaar zelfs nog geen scenario’s geformuleerd. OCE maakt zich zorgen over het bewaren van de eigenheid van de instellingen en de continuïteit van hun werking bij het overdrachtscenario. Het is onduidelijk welk statuut deze overgenomen instellingen zullen krijgen binnen de Vlaamse overheid of binnen de steden. Ook steden hebben zelf nog geen beslissingen genomen welke hun engagement zal zijn, omdat ze niet goed weten wat de verplichtingen bij overname inhouden.

Duidelijkheid over de verdere inzetbaarheid van het personeel voor het cultureel erfgoedveld
De overdracht zal een grote impact hebben op vele medewerkers van provinciale diensten en instellingen. De onzekerheid doet mensen kiezen voor andere taken en opdrachten of zelfs voor ander werk. Daarmee vloeit er nu al volop deskundigheid weg uit de sector. Voor alle betrokkenen en voor de sector is het van belang dat er snel duidelijkheid komt over de toekomst. De opgebouwde deskundigheid dient maximaal gevrijwaard voor het culturele erfgoedveld.

Duidelijkheid over instellingen en organisaties met een duidelijk regionale of streekgebonden opdracht
OCE vraagt duidelijkheid over de toekomst van instellingen en organisaties met een regionale opdracht. Soms is er duidelijk nood aan een werking op het regionale niveau. Bij overdracht van regionale instellingen en organisaties naar het lokale niveau, rijst de vraag of de lokale besturen ook op termijn zullen willen investeren in werkingen die hun gebied overstijgen; bij overdracht naar het Vlaamse niveau rijst de vraag of de nabijheid bij het werkveld wel behouden blijft. Er is nood aan een globale beleidsvisie die de link legt tussen het Vlaamse beleid, het lokale beleid en de ruimte en organisaties daar tussenin.

De ontvangende overheid neemt desgevallend de lopende engagementen over van de provincies. Er worden echter geen garanties geboden op langere termijn.

Laagdrempeligheid behouden
De ondersteuning die de provincies bieden, zowel financieel als in de vorm van expertise, is toegankelijk en laagdrempelig. Er is echter geen enkele garantie dat dit ook op langere termijn zo blijft. Er moeten middelen beschikbaar blijven voor laagdrempelige projecten, zonder dat deze zouden moeten voldoen aan de criteria die momenteel op Vlaams niveau gelden.

Duidelijkheid over analoge en digitale depotwerking
Voor het depotbeleid zou Vlaanderen de regie overnemen, maar blijven de provincies de infrastructuur beheren. Depots zijn echter niet zo maar opslagruimtes. Hoe zullen de provincies deze depots in de toekomst kwaliteitsvol kunnen beheren als er binnen de provincies geen deskundigheid meer aanwezig is op vlak van behoud en beheer, registratie e.d.? Wat met de financiële ondersteuning die de provincies momenteel voorzien voor de uitbouw van (boven)lokale of thematische erfgoeddepots? Welke toekomst is er nog voor de projecten die momenteel gepland worden? De deskundigheid en de personeelsinzet, opgebouw via initiatieven als het erfgoedconsulentschap en de initiatieven op vlak van automatisering, erfgoeddatabanken  en digitalisering dienen voor het erfgoedveld bewaard te blijven.

Ondersteuning van de lokale erfgoedwerking
De provincies hebben een sterke dienstverlening uitgebouwd naar het lokale en bovenlokale erfgoedveld: consulentschappen, laagdrempelige scholing en informatieverstrekking, gemeenschappelijke aankoop van preservatiematerialen, om van de uitleendiensten maar te zwijgen. Deze dienstverlening is noodzakelijk en mag niet verdwijnen. De uitleendiensten moeten behouden blijven en dicht genoeg bij de gebruikers gevestigd zijn. Wij vrezen dat het consulentschap, als het op Vlaams niveau wordt georganiseerd, niet ten goede zal komen van de kleine lokale museale werkingen maar eerder tot een niet aangepaste inhoudswijziging zal leiden. Een gedecentraliseerde Vlaamse werking dient zich desgevallend op.
Duidelijkheid over de afspraken met VVSG en VVP
Wordt het protocol voortgezet dat de Vlaamse overheid afsloot met de VVSG en de VVP over de erkenning en ondersteuning van cultureel-erfgoedinstellingen op het lokale, regionale en Vlaamse niveau? Er blijft nood aan een kader waarbij alle (betrokken) bestuursniveaus hun verantwoordelijkheid opnemen en zich engageren om de middelen voor de collectiebeherende organisaties te oormerken. Het netwerkmodel van het Cultureel-erfgoeddecreet moet behouden blijven. Wij vragen ook meer gestructureerde inspraak op het stedelijk en provinciaal niveau op de manier zoals de SARC werkt op Vlaams niveau. We vragen een vakspecifieke participatie van deskundige erfgoedwerkers aan het overleg tussen VVSG, VVP en de (vertegenwoordigers) van de Vlaamse Regering.

Overleg Cultureel Erfgoed vzw (OCE)
OCE is in maart 2015 opgericht als belangenbehartiger van het culturele erfgoedveld in Vlaanderen. De organisatie vertegenwoordigt de zeven deelsectoren van het erfgoedveld in Vlaanderen en behartigt de belangen van het cultureel erfgoed en van de erfgoedorganisaties. De vzw bestaat uit volgende koepels:

  • Landelijke Expertisecentra cultureel erfgoed en Organisaties volkscultuur (LEOV)
    Overleg van de landelijke expertisecentra cultureel erfgoed en organisaties volkscultuur ondersteund op Vlaams niveau
  • Overleg erfgoedcellen en coördinatie lokaal cultureel-erfgoedbeleid
    Overleg van de erfgoedcellen/erfgoedcoördinatie van de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden met een convenant en de kunststeden
  • Overleg Landelijk Archieven Vlaanderen (OLAV)
    Overleg van culturele archiefinstellingen met een kwaliteitslabel, ingedeeld bij het Vlaamse niveau en de Vlaamse Rijksarchieven
  • Overleg Landelijke Musea
    Overleg van onder meer musea met een kwaliteitslabel, ingedeeld bij het Vlaamse niveau en samenwerkingsverbanden voor internationale profilering van de kunstcollecties
  • Vlaamse Erfgoedbibliotheek vzw
    Een samenwerkingsverband van zes representatieve en erkende erfgoedbibliotheken en het aanspreekpunt voor erfgoedbibliotheken in Vlaanderen en Brussel
  • International Council On Museums (ICOM) Vlaanderen vzw
    ICOM-Vlaanderen is een ledenvereniging van en voor musea en museummedewerkers in Vlaanderen en Brussel. Samen met ICOM-Wallonië vormt het het nationaal comité van ICOM België
  • Vlaamse Vereniging voor Bibliotheek, Archief en Documentatie (VVBAD) vzw
    Ledenvereniging waarbij onder meer archieven en erfgoedbibliotheken met een kwaliteitslabel, ingedeeld bij het lokale of regionale niveau of zonder indeling, aangesloten zijn.

 

Inzet cultureel-erfgoedbeleid. Input van het Cultureel-Erfgoedoverleg voor minister Sven Gatz

Het Cultureel-erfgoedoverleg (CEO) bracht in 2014  in een beknopte nota de prioritaire aandachtspunten in beeld die leven vanuit de cultureel-erfgoedsector. Die prioriteiten zijn in een bottom-up traject vanuit het erfgoedveld geformuleerd. Meer informatie over dit traject is beschikbaar op de website van het CEO.